HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 12

JPEG (Deze pagina), 861.49 KB

TIFF (Deze pagina), 6.57 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

e
[
IO
heid toch wel als bevoegde autoriteit mag gelden, heeft juist in
het belang der zedelijkheid steeds met nadruk geprotesteerd tegen
iedere arbeidsbelemmering van Staatswege voor de vrouw, ook
voor de gehuwde vrouw.
In zijne Memorie van Toelichting wijst de Minister op het zijns
inziens bestaande gevaar, dat iedere onderwijzeres ofRijks~ ambtenares,
die huwt, tenzij zij wordt ontslagen, middelen zal bezigen om haar
huwelijk kinderloos te doen blijven. Of de ervaring dienaangaande
reeds iets met zekerheid heeft aangetoond, dan wel met eenigen
schij11 van zekerheid kan doen vermoeden, laat Zijne Excellentie
onbesproken. (Zie de Bijlage.) Men moet echter weinig menschen-
kennis hebben, als men niet beseft, dat beperking der mogelijkheid
om te komen tot een huwelijk, zal drijven tot ongewettigde ver-
bintenissen, waarbij men juist zal grijpen naar middelen ter voor-
koming der geboorte van een kind, die hinderlijke openbaring
van verhoudingen, die men wil bedekken. Men moet bovendien
wel blind zijn voor de teekenen der tijden en weinig kennis hebben
genomen van de stroomingen in onze moderne litteratuur, als men
niet ziet, dat ongewettigde verbintenissen met den dag in steeds _
breeder kring minder bedenkelijk worden geacht en voor velen
hunne verontschuldiging vinden in het feit, dat het zoo dikwijls
de overheid zelf is, die de echtverbintenis moeilijk, zoo niet on-
‘ mogelijk maakt. Hoe veel gereeder ingang zal die schijn van
verontschuldiging nog vinden, wanneer de Staatsbemoeiing in deze
zich nog zoo veel verder gaat uitstrekken dan zij reeds doet, en
bij de Wet in breeden kring zal zijn geregeld, wat vroeger binnen
beperkten kring slechts gold bij kracht van Koninklijk Besluit, of
» ~ bij plaatselijke gemeenteverordening, dus zooveel gemakkelijker kon A
worden ingetrokken of gewijzigd dan dit het geval is met eene Wet.
Het wetsontwerp wil de gehuwde onderwijzeres weren uit de
i school, om haar te binden aan haar huis, ter wille van haar kind,
I van hare huiszorgen. Maar daargelaten de vraag, of de zorg om
de moeder, de huisvrouw, te binden aan haar tehuis inderdaad
Z een voorwerp van Staatszorg behoort te zijn, rekening zal moeten
worden gehouden met het feit, dat wij leven in eenen tijd, waarin
{ het gezinsleven andere vormen aanneemt, daar de met groote
, snelheid veranderende economische levensvoorwaarden ook den
§ arbeid der vrouw eenen algeheelen omkeer doen ondergaan. De
opvoeding van het kind wordt meer en meer onttrokken aan de
Z moeder zelve, aan den huiselijken kring. Men moge het betreuren, '
l het is een onomstootbaar feit. De Leerplichtwet eischt het kind
‘ I
l