HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 11

JPEG (Deze pagina), 834.52 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

9
ressen bij het Openbaar Lager Onderwijs en Rijksambtenaressen,
die in het huwelijk treden. Want daar het wetsontwerp niet enkel
onderwijzeressen maar ook alle Rijksambtenaressen treft, zal
menig onderwijzer, zoo goed als menige onderwijzeres, er door
worden gedwongen tot uitstel, zoo al niet tot afstel van zijn voorge-
nomen huwelijk, hetzij dan met eene zijner collega-onderwijzeres-
sen, hetzij dan met eene ambtenares in eenigerlei tak van Staats-
dienst. Immers, de Vereeniging Y`kz¢gezz‘er heeft er in haar adres
aan den Minister reeds op gewezen: in de kringen, waaruit onder-
wijzers en onderwijzeressen bij het Lager Onderwijs voortkomen,
,. zijn de finantieele verhoudingen gemeenlijk niet bevorderlijk voor
het sluiten van een huwelijk op den leeftijd, die voor het gezin
en voor den Staat beiden het meest wenschelijk is te achten.
Zeer dikwijls kan het huwelijk alleen dan tot stand komen, wan-
neer op vaste verdienste van de vrouw kan worden gerekend;
tenzij er eerst wordt gespaard, zoolang gespaard, tot de leeftijd,
die kans geeft op de krachtigste nakomelingen, onherroepelijk
voorbij is. De Minister heeft in zijne Memorie van Toelichting
, een beroep gedaan op het belang, dat de Staat heeft bij de ge- 1
boorte van kinderen; maar dat zal dan toch alleen gelden, wan-
neer het gezonde, krachtige kinderen zijn. Tegen het gevaar van
huwelijken op al te jeugdigen leeftijd, zoo de Minister zich daar-
over bezorgd mocht willen maken, zijn wij wel gedekt door den
lagen standaard der aanvangssalarissen.
Wil men het huwelijk niet uitstellen, dan zal maar al te vaak
de onderwijzeres, om toch maar te kunnen huwen, wordt dit
wetsontwerp Wet, hare toevlucht moeten nemen tot eenig
i ander beroep, met langer arbeidstijd, ongeregelder en korter
‘ verloftijden, lager salarieering, om allicht te verouderen vóór
den tijd, onder den druk van overmatigen arbeid en van hnantieele
zorgen, een druk, die 200 drukkend niet had behoeven te zijn.
Het is niet om gebleken of veronderstelde ongeschiktheid: het
is op zedelijkheidsgronden, dat de Minister de gehuwde onder- ‘
wijzeres wil weren uit de school, en de gehuwde ambtenares uit
de ambtenaarswereld. Nu is het zeker waar, dat het netelig vraag-
stuk van den loonarbeid der gehuwde vrouw ten nauwste samenhangt
met het vraagstuk der openbare zedelijkheid. Maar of vrijheidsbe­
perking bij den arbeid de oplossing van beide vraagstukken zal
brengen, mag redelijkerwijze worden betwijfeld. Arbeidsbeperking
heft immers de harde noodzakelijkheid, die tot arbeid dwingt, niet
op. Josephine Butler, die bij eene bespreking der openbare zedelijk-