HomeDe school en het wetsontwerp tot regeling van de positie van vrouwelijke rijksambtenaren en onderwijzeressen bij het openbaar laPagina 10

JPEG (Deze pagina), 774.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.58 MB

PDF (Volledig document), 16.39 MB

8
willekeurige aanranding der vrijheid om eigen particulier leven
in te richten naar eigen goedvinden; eene aanranding, waardoor
juist even veel Nederlandsche Staatsburgers als Staatsburgeressen
direct worden getroffen; eene vrijheidsbeperking, die in beginsel
het vrijheids- en rechtsbewustzijn van alle Nederlandsche mannen
en vrouwen krenken moet. Maar deze consideratie, hoe klemmend
ook, valt buiten den kring van overwegingen der Nuts­Commissie
voor Onderwijs. _
Eveneens doet dit de vraag, of en hoe de moeder, de echtge-
noote, in het belang van haar gezin ág'dwzz1z,g wm Wie! kan en
mag worden gebonden binnen de vier wanden van haar ,.
tehuis. Het ware voorzeker een groot geluk te achten, indien ons
Nederland reeds rijk en welvarend genoeg ware om allen Neder-
landschen moeders te waarborgen, dat voor haar en voor haar
kind door den arbeid van den man, van den vader, op voldoende
wijze zoude worden gezorgd. Maar die mate van welvaart en
nationalen rijkdom hebben wij nog niet bereikt en zullen wij
vooreerst nog wel niet bereiken. Integendeel, de evolutie onzer
economische toestanden drijft meer en meer de vrouw, de moeder, _
uit het gezin, om daar buiten, schouder aan schouder met den
man, den vader, te arbeiden, om te helpen voorzienin het levens-
onderhoud van haar gezin. Maar, zooals ik reeds aanstipte, ook
deze overweging ligt, evenals de vorige, buiten het terrein van
overleggingen der Nuts-Commissie voor Onderwijs, die enkel en
alleen zich heeft bezig te houden met de vraag: welke uitwer-
king zal deze Wet, eens in werking gesteld, hebben op het Open-
' baar Lager Onderwijs, in de Openbare School en vermoedelijk j
ook in de Bijzondere School, voor zoo verre deze afhankelijk is ;
van Rijks-subsidies. ‘
Twee klassen van belanghebbenden moeten daarbij in aanmer-
king komen: zij, die onderwijs geven en zij, die onderwijs ont-
vangen. Ik wil daarom trachten achtereenvolgens op ieder dezer
beide groepen van belanghebbenden de werking der Wet na te
speuren.
I.
Zij, die onderwijs geven.
i In de groep van hen, die onderwijs geven, worden onderwijzers
j zoo goed als onderwijzeressen direct getroffen door de in het
uitzicht gestelde VVet tot regeling van de positie van onderwijze-
l