HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 91

JPEG (Deze pagina), 656.42 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

l
91
behoort gegeven te worden, niet door den onderwijzer, t
die daarvoor zoowel de bevoegdheid als de bekwaamheid
mist, maar door den godsdienstonderwijzer, naar de keuze
der ouders. ~
Dat voor het geven van dit godsdienstondervvijs aan
· schoolgaande kinderen door de onderscheidene godsdienst-
onderwijzers de gelegenheid worde gegeven in de school-
lokalen, dat daarvoor, zoo noodig, een wekelijksch lesuur
voor elk van de onderscheidene klassen der school op den
rooster worde aangewezen, is zeker gewenscht - maar de
onderwijzer in de lagere school onthoude zich op het
terrein van den godsdienst.
Dat de onderwijzer, die een kind bij herhaling prees, ;
omdat het in de klasse het «Onze Vader» kon opzeggen, u
van paedagogisch inzicht en tact blijk gaf, kan niet onvoor­ l
_ waardelijk worden toegegeven. Als er b.v. onder zijne
leerlingen een lsraëlitisch kind was, zal bij dit kind den
indruk kunnen gewekt zijn van <<minder knap>>, <<minder
braaf>> te zijn, omdat het «Onze Vader>> hem onbekend ‘~
was. Op deze wijze wordt zeker ook te kort gedaan aan `
den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen
van andersdenkenden. Overigens schijnt het ook ongewenscht, i
het «Onze Vader>> tot leer- of leesstof te kiezen op de lagere g
school, omdat de verklaring van dit gebed niet behoort *r
tot de bevoegdheid van den onderwijzer en hij, bij even- O
i tueele verklaring, niet kam blijven buiten zijn persoonlijke,
al of niet dogmatische, opvatting van den godsdienst en f
daardoor dus allicht komt in strijd met de geloofsbegrippen
‘ van sommige kinderen, zooals deze hun door de ouders V
of den godsdienstonderwijzer worden ingeprent. Zelfs zal gi
een verklaring, b.v. van modern­godsdienstig standpunt
a gegeven, in strijd kunnen komen met hetgeen aan de kin-
li