HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 85

JPEG (Deze pagina), 647.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

‘ al
1
l
i ss fl
il
wij ook geen vrede hebben met een school zonder godsdienst.
i Het openbaar lager onderwijs, van Staatswege gegeven,
is tot nog toe noodwendig gedreven in de richting der ik
i volstrekte neutraliteit. i
l De wet worde gewijzigd in dezen zin, dat aan de ouders
, meer invloed wordt gegeven op de richting van het onder-
wijs en de zedelijk-godsdienstige aspiratiën in het volks-
leven in de school beter tot haar recht komen.
Bij de toelichting van deze stellingen, ging de inleider E
uit van de erkenning, dat de school is een instelling tot
opvoeding en hij maakt daarbij de zeer juiste opmerking,
dat karakter en levensopvatting spontctcm groeien bij hetgeen
het kind hoort, ziet en zich uit zijn omgeving assimi-
leert. Dit maakt de groote beteekenis van de school, vol-
gens hem.
ls dit niet in volkomen overeenstemming met hetgeen
t boven als door DEGENHARDT en anderen gezegd, is herin-
nerd? Maar, de heer Bnuiivnve wil nu, dat het kind op de gj
school ook gotlstlienstige indrukken zal ontvangen en stemt
in met GöPiLITZ, die reeds in l844 schreef , dat, terwgl
de predikanten godsdienstonderwijs in den eigenlijken zin
moeten geven, de <<gezette leiding, vorming, gedurige op-
wekking en versterking van het zedelijk-godsdienstig gevoel
reeds bg het zesjarig kind» van de school moet uitgaan.
De godsdienst hoort niet bij de zedelgke schoolopvoeding,
I maar zitte er in; niet eerst: deugd en dom: trouw aan
God, maar het een tegelijk met het ander.
En aangezien de wet op het l. 0. alleen wil: opleiding
tot christelijke en maatschappelijke deugden, deugt het
stelsel niet.
Zie ik wel, dan zou BRUIMNG, met het wetsontwerp van
1854 willen: opleiding tot godsdienst.

te
li