HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 71

JPEG (Deze pagina), 687.64 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

71
dat na 1806 vanwege den Staat werd gegeven, vooral sedert
de wet L. 0. van 1857, beantwoordde aan het programma,
door de Maatschappg voor de volksschool aangegeven en _i
l in haar eigen scholen toegepast, en de Maatschappij zich
daarna bepalen kon tot het geven van hare adviezen omtrent
F de verbetering van dit openbare staatsonderwijs, zoo dikwijls
de desbetreffende wetten aan herziening worden onder-
worpen (in *1878 en 1889);
en terwijl de werkzaamheid der Maatschappij, na de in
werking treding van de wet van 1889, waarbij o. a. aan
de bijzondere scholen, onder eenige waarborgen voor vol-
doend onderwijs, het recht op subsidie uit de Staatskas
werd verleend, zich kon bepalen tot de uitvoering van het T
programma, uitgedrukt in het Reglement van de «Gemengde
Commissie voor onderwijsbelangen,» opdat het onderwijs,
onder de werking van die wet, zoo weinig mogelijk schade
zou lijden;
moet de invoering van de wet van 1905, welke geen
voldoende waarborgen geeft voor deugdelijk volksonderwijs,
voor de Maatschappij aanleiding zgn tot krachtiger en
meer intensieven arbeid in ’t belang van het
lager volksondervvijs.
Naar het oordeel van het hoofdbestuur, zal de Maatschappij ij
krachtig moeten optreden in drieledigen zin; en wel, door:
1°. het openbaar lager onderwijs te bevorderen, door
‘ alle haar ten dienste staande middelen, met name in die
plaatsen, waar, met of zonder medewerking van de betrokken
gemeentebesturen, de openbare school dreigt ontvolkt of
opgeheven te worden in de concurrentie met de nu veler-
wegen met het verhoogde subsidie uit de Staatskas op te
j richten bijzondere scholen, welke het karakter ver-
. krggen van secte­scholen, wegens den bijzonderen,
ii