HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 58

JPEG (Deze pagina), 718.14 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

E
1
2
standers dier school op den voorgrond werd gesteld. De
. toelichtingen, zoo in als buiten de Tweede Kamer, op de
ï wetten van 1857 en 1878 gegeven, wijzen dit duidelijk __
j aan. En dit was geen wijziging van richting, geen veran­ V
dering van stelsel, doch een uitvloeisel van de gewijzigde
1. denkbeelden.
Dat de wetgever van 1878, zooals B. W.COLENBnA1vnEn i
in zgn boven aangehaald boekje beweert, op het standpunt
van de «godsdienstloozen» stond, kan dan ook niet worden
toegestemd en wordt allerminst bewezen door züne aanhaling,
waarin wordt herinnerd, dat er, nevens Israëlieten, Roomseh­
Katholieken en Protestanten, ook nog Nederlanders zijn,
l die tot geen deze drie kerkgenootschappen willen gerekend
t worden, en die men eenigszins beschouwt als heidenen;
dat die heidenen immers ooh hnn schoot moeten hebben
en dat deze zg de school, wemr onclemogs wordt gegeven,
niet doortrekken van eenige godscliensttge tint.
Al zijn de cursief gedrukte woorden minder gelukkig
gekozen, de bedoeling is toch blqkbaar deze, dat de voor
. allen toegankelijke volksschool ook toegankelük moet zijn
j voor kinderen van ouders die tot geen kerkgenootschap
hehooren, die zich niet rekenen tot eenigen specialen gods-
, r dienst. Zóó uitgedrukt, bewijst deze uitspraak, dat de
1 wetgever van 1878 zijn volk en zijn tijd kende, aangezien,
wat vóór 1860 een zeldzame uitzondering was, na 1870
.. geen zeldzaamheid bleek, n.l. dat vele Nederlanders inderdaad
· zich niet bij eenig kerkgenootschap aansloten of daartoe
werden voorbereid.
Elke andere wetgever, hoe godsdienstig ook, had, met
het oog op de inrichting van de openbare school, met dit
feit rekening moeten houden.
' De wet van 1878 werd door den Koning bekrachtigd,