HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 57

JPEG (Deze pagina), 647.47 KB

TIFF (Deze pagina), 7.14 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

the
gl
57
i
En een voorstelling te geven van zaken en feiten, door
een echt paedagoog voor de lagere school geschikt geacht,
_ in een vorm, welke zelfs geen volwassene ergeren of kwetsen , l
kan, is, blijkens de ervaring van hen, die school en onder- 1
wijzers kennen, zeer wel mogelijk.
‘ Om te toonen, dat de rechten van het godsdienst-
onderwgs, door godsdienstleeraren aan schoolkinderen te
geven, door de Ptegeering werden erkend, werd nu in §j
art. 22 bepaald, dat bepaalde uren daarvoor zouden worden
bestemd en de schoollokalen, zoo noodig verwarmd en ver-
licht, voor dit godsdienstonderwijs beschikbaar zouden
worden gesteld.
Sedert 1878 hing het dus van de godsdienstleeraren
zelven af, of de kinderen voldoende godsdienstonderwijs
zouden genieten.
ls van de aangeboden gelegenheid overal en altijd door
ouders en predikanten met den meesten ijver en de grootste
belangstelling gebruik gemaakt?

Zoo was de wet van 1878, wat hare paedagogische
opvatting betreft, gelijk aan die van 1857 en van die
van 1806; evenwel met dit onderscheid, dat, terwgl in
1806, overeenkomstig den geest en de uitdrukkingswijze
van dien tijd, het schoolreglement van v. D. ENDE sprak jl
van «aankweeking van zedelijkheid en godzaligheid, beide
~ · gegrond op de goddelijke openbaring, zoo in de natuur
als in den bijbel, als de hoofdzaak in de geheele onder-
wgzing», na 1840, zoowel door den evolutiegang, welke ïi
de godsdienstige denkbeelden in ons land hadden genomen ‘ ‘':
als door de daarmede verband houdende gewüzigde ver-
houding van de staatkundige partijen, de aankweeking van
«christelijke deugden» in de openbare school door de voor-
? l
t,.. j
V
`
, 1
.- it