HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 46

JPEG (Deze pagina), 737.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.07 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

P
j te
E De wet van 1857 onderscheidt zich voorts gunstig van
die van 1806, hierin, dat, terwijl het beginsel van de
opmzbttre school nu duidelijk in het licht treedt, aan het `
bqzozzder otzdemoqs de vrüheid wordt gegeven, welke haar,
l volgens de grondwet, gegeven kom worden.
i Ook was de gedwongen boekenlijst van 1806 nu niet
j meer geldend. t
‘ Dat voortaan de bzjzomlere scholen in de eerste plaats
kerkelg/te scholen, scholen met den bijbel, zouden zijn,
1 zooals door het «Ptéveil>> was bedoeld en door Gnoniv vAN
i Pmusrannn o. s. bij de debatten over de schoolwet van .
? 1857 was voorgestaan, spreekt van zelt. ,
Dat het de Groenianen met hun strijd voor de «school
L met den bijbel» in 1857 te doen was, niet om het heil
van de nederlandsche jeugd, maar om htm dogmatische ,
L opvatting van den godsdienst, blijkt o. a. ook uit toon en j
inhoud van de uitdrukking welke in het «Gedenkboek van
1 het christelijk onderwijs>>, in 1904 uitgegeven, omtrent de _ j
aangenomen wet van 1857 is opgeteekend: «op het terrein
« der openbare school was alles verloren, de désorganisatie . i
van het onderwgs, sedert 1830 aangevangen, was nu zelve l
georganizeerd. Ter wille van de verbroedering, eerst met '
den roomsch­katholieke, nu ook met den jood, was het 5
i christelijk beginsel, het protestantsch onderwijs, stuk voor
stuk opgeofferd en niets dan de naam had men over.»
Nu de aanvankelgk kerkelq/te openbare school zich, langs
1 den weg van langzame evolutie, van de kerk, van kerkelüke
overheersching, van kerkelijke denkbeelden, vrij had gemaakt
j en zelfs geen kind der kerk meer was, maar een geheel
i zelfstandig openbaar opvoedingsinstituut, toegankelük voor
alle kinderen, tot welke godsdienstige of niet godsdienstige ë

it

­ E