HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 40

JPEG (Deze pagina), 761.57 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

l
ë
40
l
Mr. WINTGENS sprak de volgende merkwaardige woorden:
. trln het openbaar onderwijs moet eenheid heerschen;
«het moet door eenen nationalen geest bezield zgn; daarin
E <<moeten geen vertakkingen gebracht worden, of men ver-
F «brokkelt en verzwakt dat onderwgs. De Staat moet dus
{ «geen subsidien toekennen aan dat bijzonder onderwijs, dat r
; «geroepen is, met het openbaar onderwijs den wedstrijd aan
«te vangen. De Staat heeft geen rec/it, met de middelen,
erdoor allen sttctmgebracht, ten gunste van enkelen, onder-
v <<steuning aan het bijzonder onderwüs te verleenen».
i De gronden van <<bill§kheid, rechtvaardigheid, edelmoedig-
Q heid», door minister van nan BRUGGHEN nogmaals vóór § lt
j van art. 23 ontwikkeld, vonden geen weerklank en het
subsidie­v0orstel werd verworpen.
ç Zoo werd door de wet van 1857 het stelsel vast ge-
* houden, dat de Staat voor het openbaar onderwijs heeft te
zorgen. Wat het bgzonder onderwijs betreft, daarop houde
de Staat alleen behoorlijk toezicht. Hg subsidieëere dit
j bijzonder onderwijs niet.
Ook de discussie over de eerste §§ van het voorgestelde
artikel 23 van het ontwerp van 1857 verdient vermelding,
. omdat daaruit de toenmalige opvatting van het opvoedend
karakter dat de voor allen toegankelüke volksschool hebben
moet, naar de meening van de vrüzinnigen, eenerzgds,
en van de antirevolutionairen, anderzijds, duidelijk blükt _
en ook een belangrijke büdrage wordt geleverd voor de
vraag, of door de wet van ’57 bedoeld is: godsdienst en
1 opleiding tot godsdienst, dan wel: opleiding tot zedelijheid.
i M. i. lijdt het geen twgfel, of de liberalen van 1857
hebben zich het laatste voor den geest gesteld.
i Weliswaar blijkt, dat bij sommige leden de woorden
<<christelijke godsdienst>>, <<christelijke zedelgkheid>>, «gods­