HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 35

JPEG (Deze pagina), 668.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.02 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

· il

ll
as
de godsdienstige bezwaren niet uit den weg konden worden
geruimd, desgevorderd, een Rijks­subsidie, bij de wet te ïj
verleenen, de oprichting en onderhouding van bijzondere
scholen zou ondersteunen, werd met algemeene stemmen
verworpen.
. Het is voor ons doel de moeite waard, te onderzoeken,
welk het eigenlijk verschil is tusschen het ontwerp VAN
1 REENEN en de wet van 1857 op het punt van de gods-
dienstige richting der school.
Opmerkelijk is, dat in het ontwerp VAN REENEN het
onderwijs dienstbaar gemaakt moest worden aan de bevorde-
ring, allereerst van zedetzg/theid, daarna van godsdienst.
De zedelg/theid staat voorop; de godsdienst wordt in
de tweede plaats genoemd. Ongetwijfeld was de bedoeling,
op de zedelijkheid den nadruk te leggen en met de uit-
drukking «godsdienst» aan te geven, niet een specitieken,
b.v. christetzjken godsdienst, maar den atgerneenen, natuur-
lgken godsdienst, gelgk deze, als gemoedsstemming, als
natuurlijk besef van gebondenheid aan het geheel der dingen,
nevens het zedelgk besef, ligt in het wezen van den
mensch en aan dit zedelijk besef steun verleent.
Nu is ook duidelijk, waarom de zich noemende Christenen
van 1855 hun monsterpetitie tegen deze bepaling richtten.
Het was hun immers niet te doen om de opleiding der .2,
kinderen tot zedelijkheid, en tot dien algemeenen humanen
godsdienst, welke als gemoedstoestand ligt in de natuur
van iederen mensch, maar het was hun om den ehristelzjken
godsdienst te doen, zooals deze, volgens hun opvatting, t l
geopenbaard is langs bijzonderen, niet natuurlijken weg, in
het openbaringsboek: den bijbel. ‘
Wie zal nu beweren, dat de vervanging van de bepaling 1,
l