HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 30

JPEG (Deze pagina), 732.99 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

i.
li
30 bi
Daartegenover: de dntirevolutionairen, die zich bg voor- -
keur, tegenover de aanhangers van den natuurlijke godsdienst, E
de cchristelgke vrienden>> noemden. Zij wilden een school,
buiten inmenging van staatswege, geheel ingericht overeen- °
, komstig de leerstellige eischen van elk kerkgenootschap of
elke gezindte, tot welke de ouders der leerlingen behoorden. é
Tengevolge van de bestaande spanning en met het doel, 1;
om deze te doen eindigen, benoemde koning Willem II,
kort na zijn troonsbeklimming in 1840, een commissie van
3 leden, waaronder Gnoniv van Pnmsrnnnn, welke commissie
in 1842 een koninklijk besluit uitlokte, met de strekking:
1°. dat in provinciale en plaatselijke sehoolcommissiën de
kerkelijke gezindten naar hare onderlinge verhouding zouden
worden vertegenwoordigd, 2°. dat, na vergelijkende examens,
de keuze van onderwijzers voor vacante scholen, bij na-
genoeg gelgke bekwaamheid en geschiktheid, moest worden
geregeld naar de godsdienstige gezindte van de meerderheid
der bevolking, indien er slechts ééne openbare school op l
de plaats bestond; 30. dat de onderwijzers van de openbare
scholen en van de bijzondere scholen der 2"° klasse verplicht
waren, aan de onderscheidene geestelgken hunner plaats,
op aanvraag van deze, opgave te doen van alle boeken,
schriften en gezangen, waarvan in de school gebruik gemaakt
werd, opdat sommigen daarvan door de commissiën konden
worden verboden.
De hier genoemde maatregelen voldeden echter aan geen
der twee partijen. Voor de eene was zg te veel, voor de
andere te weinig.
Zoo kwam het jaar 1848, het jaar van de grondwets-
herziening.
Sedert 1848 wordt de wet op het lager onderwijs
beheerscht door art. 194 van de grondwet, dat aldus luidt: :_,`