HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 29

JPEG (Deze pagina), 662.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

ee ll
l
oog op zijn zieleheil, meent nog noodig te hebben ­-wat l
een zaak is voor ieder mensch persoonlijk, die hij voor zich
heeft te beslissen.
BQ de eerst.en beheerscht de godsdienst en moet de gods-
dienst beheerschen alle andere levensverhoudingen. Bg de
laatsten is de godsdienst niet gering te schatten, als een i
l innerlijke kracht en daardoor als bron van rust en vrede,
moed en vertrouwen, troost en licht; maar moet hij be-
schouwd worden als behoorende tot dat intieme leven,
waarmede de mensch op verborgen wgze aan het geheel
gebonden is en waardoor het bg ieder mensch op andere
wijze is gekleurd, in andere vormen en voorstellingen zich
uitspreekt, al naar gelang de persoonlijkheid van den
mensch, door aanleg, afkomst, opvoeding en kerkgenoot- i
schap, een andere is; zoodat de godsdienst bij de regeling
van het openbare leven en zijne verhoudingen van school,
maatschappij en staat, hoewel in zgn bovengenoemde betee-
kenis erkend en hoog gewaardeerd, geen invloed kan en
mag doen gelden, indien men eerbiedigen wil den gods-
dienst, in den zin als boven omschreven.
Dezen algemeenen godsdienst, waarbij ieder zich kan neer-
leggen, noemde GRoEN: <<ongodsdienstige godsdienstigheid>>.
Voor de vrijzinnigen was deze godsdienst de bij alle
menschen vanzelf sprekende ondergrond van hun denken j
en voorstellen, op welken ondergrond allerlei gebouwen al
i of niet worden opgericht.
Ongeveer van af 1840, was nu de bevolking van Nederland
in staatkundig opzicht in twee partijen verdeeld. Aan de
eene zijde: de vrqzátmigen, die alle godsdienstige gezindten *
voor de wet gelijk stelden, aan ieder in godsdienstig opzicht
gunden, wat ieder toekwam. Deze waren voorstanders van
de openbare school. -

lt
l