HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 27

JPEG (Deze pagina), 675.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

ë.
·l
E
27 l
1840, in ons land opgetreden, kwam op, eenerzijds tegen 1
de leer- en werkheiligheid der toenmalige orthodoxie, ander- ` i
zijds tegen het toenemend rationalisme, met zijn prediking
van de matuurlüke Godgeleerdl1eid». ·
Het trok, zooals B. W. Gotinvnnknnnn I) terecht zegt,
S een lijn dwars door de protestantsche genootschappen van
dien tijd. Het liuldigde de vastgestelde kerkleer in hoofd-
zaak, als waarheid. Het zocht het wezen der vroomheid echter H
niet in het erkennen en belijden van die leer alleen, maar
tevens in het zedelijk-godsdienstig besef der daarin verborgen F
innerlijke waarheid. Op die wijze poogde het den godsdienst,
als innerlijk besef, te verlevendigen en van een veelal doode
letter te maken tot een innerlijke kracht, al hield het aan
de letter der belijdenis vast.
Maar het trok tevens te velde tegen het rationalisme van
de vrijzinnigen dier dagen en tegen hetgeen dezen omtrent
’s menschen oorspronkelijke natuur leerden.
De vrijzinnigen gingen uit van de stelling, dat de mensch
van nature godsdienstig is, van nature geneigd, het goede
te doen en God te gehoorzamen. Indien maar de beletselen
van onkunde, onervarenheid en vvilszwakheid werden weg-
genomen, zou deze goede aard van den mensch zich ook
naar buiten openbaren. Op deze beginselen was ook hun
paedagogie gegrond.
j Tegen deze opvatting plaatsten de mannen van het Héveil, j
A als hun overtuiging, dat ’s menschen wil niet alleen zwak is ,
maar ook bedorven en daardoor de mensch van nature
geneigd tot het kwaad, ongeneigd tot eenig goed. De aldus
van nature zondige mensch verzet zich deswege tegen den "
hem geopenbaarden en daardoor hem bekenden wil van gi
1) De openbare en de vrije school, Amsterdam 1901. S. L. van Looy.
1
lt
El