HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 23

JPEG (Deze pagina), 674.11 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

li
aa l
buiten de uren van het gewone lager onderwijs worden 1
onderwezen van wege de kerkgenootschappen.
Dat van de in 1801 benoemde 35 schoolopzieners, 22 j
predikanten en 3 R. C. geestelijken waren, bewüst, hoe in ;
de praktijk de vroegere toestand nog nawerkte.
Het agentschap van de nationale opvoeding ging in 1803
i over naar den Raad van Binnenlandsche Zaken. Deze Raad
V ontwierp een nieuwe schoolwet, welke minder goed was
dan die van 1801, hoewel ook deze niet bevredigde. 3
Deze wet van 1803 is nooit in algemeene werking getreden.
Wat het godsdienstig­leerstellige betreft, in verband met i
het te geven onderwijs, valt op te merken, dat, waar dit,
volgens de wet van 1801 moest worden <<daargelaten>>, j
in de wet van 1803 verboden wordt: in de gewone school-
tijden eenig godsdienstig onderricht te geven in het leer-
stellige.
En in 1806‘? In de toen aangenomen schoolwet wordt
nog duidelijker gezegd, dat maatregelen zullen worden
genomen, dat de schoolkinderen van het onderwijs in het
leerstellige geenszins verstoken zullen blijven, mits het niet i
geschiedt door den schoolmeester. Met die te nemen ,1
maatregelen werd ongetwijfeld bedoeld, dat voor dat onder-
. wijs geschikte uren, buiten het gewone schoolonderwijs,
beschikbaar moeten zün. Wat het eigenlijk schoolonderwijs jl
`· aangaat, werd nu opgenomen de bepaling, «dat het school-
onderwüs, onder het aanleeren van gepaste en nuttige
kundigheden, de verstandelijke vermogens der kinderen j
moet ontwikkelen en zij zelve opgeleid moeten worden tot _
alle maatschappelijke en christelijke dengclen>>. ;
Uit een en ander blijkt, eenerzijds, dat het leerstellige ;`
godsdienstonderwijs in de openbare school bepaald verboden
t
2