HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 22

JPEG (Deze pagina), 711.94 KB

TIFF (Deze pagina), 6.99 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

_ 22
G «het bijzonder bij het onderwijs in den Godsdienst plaats
<<hebben.
«Wenschelijk ware het, onzes bedunkens, dat dit onder-
«wijs een eenvoudig samenstel van den Natuurlijken Gods-
j «dienst uitmaakte; zeker is het, dat hetzelve niet vermengd
«moet worden met eenig dogmatisch leerstelsebv. _
En dit beginsel werd door de wet van '18(M geheel `
opgenomen. i
In die wet werd bepaald, dat al wat strekken kon tot
ondermijning eener goede zedekunde en van den eerbied
voor het Opperwezen, zorgvuldig moest worden vermeden,
terwijl het leerstellige, dat door de verschillende kerkge-
nootschappen ongelijk begrepen wordt, moest worden
j daargelaten.
Op twee dagen in de week zou slechts een halve dag
school gehouden worden, opdat de kinderen buiten den
gewonen schooltijd onderwijs in het leerstellige van hunne
kerk konden ontvangen.
Het is opmerkelijk, dat in negatieven zin gesproken
wordt van: niet ondermijnen van een goede zedekunde
en van den eerbied voor het Opperwezen; maar ook in
positieven zin opgevat, als een bevorderen van beide, wordt
daarmee klaarblijkelijk bedoeld: de aankweeking van zedelijke
deugden in de eerste plaats en voorts van dien algemeenen t
godsdienstzin, welke zich in eerbied en bewondering uit,
zonder de inkleeding in een bepaald begrip, dat brengen `·
zou op het gebied van den leerstelligen godsdienst, welke
voor de onderscheidene kerkgenootschappen anders luidt en
waarvan de onderwijzing geacht werd niet te behooren tot
het gebied van de school, maar tot dat van de kerk, tot
welke het kind gerekend wordt te behooren.
Dit catechetisch godsdienstonderwijs moet daarom ook