HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 21

JPEG (Deze pagina), 620.31 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

21
een 15-tal vragen te beantwoorden. Met bekwamen spoed
werd aan die uitnoodiging voldaan. Dit stuk, later uit-
gegeven onder de titel <<Algemeene denkbeelden over het
nationaal onderwijs" bevat de beginselen, welke tot richt-
snoer hebben gediend voor de schoolwetten, welke nu
, volgen.
Q Toch duurde het tot 1798, voor er eenig gevolg hierop g
werd gezien.
Ten slotte kwam den 23S*m April 1798 de eerste staats-
regeling tot stand. Deze bepaalde o. a. (art. 92), dat er
een agent voor nationale opvoeding zou zgn. De bekende
J. H. vaiv DER PALM, die in 1799 zgn betrekking van
agent aanvaarde, diende in 1800 een memorie in bg het
uitvoerend bewind. En van deze memorie was de wet T
van 1801 het gevolg.
Wat werd nu ten aanzien van de opvoeding, in verband
met den godsdienst, door de Maatschappij tot nut van
’t algemeen geadviseerd en in de eerste onderwijswetten
bepaald?
Op blz. 61 van bovengenoemde «Algemeene denkbeelden»
komt voor een hoofdstuk, getiteld: godsdienst en zedekunde. l
En daarin wordt het volgende gezegd:
<<Deze behooren niet onderricht te worden op een wijze,
<<zooals veelal geschiedt. Een kort en duidelijk opstel, bloot
. <<de nuttigste, noodzakelgkste en algemeene waarheden
( «bevattende, moet het eenigste handboek der leerlingen
<<zgn. De onderwgzer late hen, tegen de gestelde tgden,
«eenige dier waarheden van buiten leeren, spreke met hen
«over dezelve op onderhoudende wgze en, daar hg bg alle
<<gelegenheden nimmer moet verzuimen, zgne leerlingen l
<<liefde voor het Opperwezen in te boezemen en hen de
<<deugd als hoogst beminnelijk af te schilderen, moet dit in
l
l