HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 16

JPEG (Deze pagina), 729.93 KB

TIFF (Deze pagina), 6.96 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

l .
M

E kosters of kerkedienaren. In elke hervormde gemeente
jr was de predikant n°. 1 en de schoolmeester-koster n°. 2.
Veelal trok de laatste zijn inkomsten uit de kerkelijke
kosterie-landen, waaraan soms een bedrag, als opbrengst
van de sch00l­landen, werd toegevoegd.
Er was dus een zeer nauw verband tusschen het onderwijs
en de kerk. Zelfs bepaalde de Dordtsche Synode van 1618, j
dat de predikanten het opzicht over de scholen zouden lt
hebben en toezicht zouden houden, dat het ambt der `
onderwijzers getrouw werd waargenomen. De predikanten T
moesten de scholen herhaaldelijk bezoeken, tot ijver
1Q opwekken, voorgaan in het catechiseeren, de jeugd onder-
vragen, beloonen, vermanen, de nalatige onderwijzers
l bestraffen en bij de overheid aangeven, wanneer zij naar
_ de vermaningen niet wilden luisteren.
Is het reeds eigenaardig, dat al deze voorschriften van de ;
kerk uitgingen, daar zg toch de openbare school betroffen, ­ j
L hier is tevens duidelijk, dat de Staat niet meer, zooals ï
vroeger, aan zijn rechten vasthield en dat de eenheid van ,
l school en kerk ook, in de praktijk, de school van de kerk en
den schoolmeester van den predikant afhankelük maakte,
tot groote schade van de zelfstandigheid en de ontwikkeling
l van het onderwijs en ook van de achting, welke de
l betrekking van onderwijzer genoot. »
l Het gevolg van dezen invloed van de gereformeerde
religie in de 17dB eeuw was dan ook, dat, waar in ’talge- 2
meen het oprichten van eigene of bijzondere scholen vrij
stond, dit verboden was voor de dissenters: de Pi. Katho­
i lieken, Lutherschen, Doopsgezinden en later ook aan de .
l Remonstranten. Bewüst dit niet, dat ook toen het karakter
l van het onderwijs in de openbare en de bijzondere school
beide kerkelük was? Alleen werd in sommige steden het »