HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 13

JPEG (Deze pagina), 670.71 KB

TIFF (Deze pagina), 7.01 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

al
l
“ li
ede moesten beloven, geen andere dan door de katholieke
kerk goedgekeurde boeken en leeringen te zullen onder- il
wijzen. In 1563 verordende hg «sohool- en kerkplichtigheid .'
voor alle kinderen van bekwamen ouderdom».
Bekend is het, hoeveel goeds Karel V overigens door zgn
t sehoolwetgevingen voor het volksonderwgs tot stand bracht.
l Overal ten plattelande werden er onderwgsgelegenheden in
’t leven geroepen. Hij wilde, dat op elke plaats, zelfs in l
de kleinste dorpen, onderwgs gegeven werd. Was er geen
<<meester» beschikbaar, dan moest de <<koster>> onderwijs
geven; was ook geen koster aanwezig, die onderwgs geven
kon, dan moest de pastoor of iemand namens dezen als
schoolmeester optreden. Is dit voor het kerkelijk karakter
van het onderwijs niet teekenend?
Ook zorgde Karel V voor leerboeken. Hierbg werd van
zelfsprekend mogelijke kettersohe (d. i. hervormde) invloed
streng geweerd, zooals uit de boelcenltjst, waaruit men Q
voor sehoolgebruik de boeken kiezen kon, blijkt. F
_ Niettemin werd, ook na de Hervorming, het zelfstandig
schoolrecht voor de openbare scholen gehouden buiten 1
inmenging van de R. C. kerk. De besluiten van Karel V en .
Philips II, hoe katholiek ook in richting, wat het onderwijs l
betreft, leveren geen enkel bewijs, dat aan de geestelijkheid
iets werd afgestaan van hunne souvereine rechten op dit
` onderwijs. jl
De verzorging van het openbaar onderwijs bleef dus, ook j
onder Karel V en Philips II, aan den Staat. Wel trad onder
Philips Il de roomsche geestelijkheid, meer dan onder
Karel V, op en stelde zg ook ten aanzien van het onderwijs
hare eischen, maar hare aanmatigingen vonden bij de i
stedelgke overheden geen gehoor. Ook Philips zelf heeft
nooit eenig recht op het openbaar onderwgs aan de