HomeDe opvoedende beteekenis van de voor allen toegankelijke volksschool, in het licht der geschiedenis van het lager onderwijs en dPagina 111

JPEG (Deze pagina), 690.46 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 92.94 MB

111
heeft ontwikkeld in de richting van de 7"8ll:g?;€‘2LS€ beschouwing.
g De energie toch is bij den mensch, evenals bg de plant,
beperkt. De kracht, welke zich in nieuwe takken en weelde-
rige bladerentooi bij boom en plant openbaart, kan met
in bloesems en vruchten worden omgezet. Evenzoo is de
ervaring niet zeldzaam, dat menschen met zeer opgewekt
godsdienstig leven en groote religieuse verbeeldingskracht of
met een groot kunstenaarsvermogen, zwak zyn in het doen
van de dingen, zwak in ethische kracht.
Moet nu, principieel, als een onafwijsbare eisch, worden
gesteld, dat de zedelijke karaktervorming van jonge menschen
uitsluitend worde toevertrouwd aan wie bekend staan als ·
godsdienstige menschen?
f Ligt in het stellen van dien eisch, integendeel, niet een
groot gevaar ook voor den godsdienst van het kind? En
" ook niet een miskenning van de beteekenis der zedelijke
opvoeding, als zoodanig?
_ Bovendien, op welke wijze wil men den godsdienst maken
tot bestanddeel van de opvoeding in de school?
A Duidelijk is dit niet.
; Allereerst zou daarvoor noodig zijn, dat alle onderwijzers
` godsdienstige persoonlijkheden zijn. Maar dat zgn zij niet.
E Zullen dan de niet­godsdienstigen moeten worden geweerd?
u En welken maatstaf wilt aanleggen, om te beoordeelen,
_ of de onderwijzer, als godsdienstig gestemde persoonlijkheid,
i` het element van de godsdienst zal brengen in de opvoeding
van de hun toevertrouwde kinderen? Een zekere mate
van kennis van de gemoedsgesteldheid van het volk of van
de ouders, wier kinderen hg zal moeten onderwijzen? Of
een zekere mate van kennis van godsdienst- en zedeleer?
Maar het eerste is toch moeilijk te onderzoeken en het
tweede geeft geen waarborg voor godsdienstigheid. Evenmin