HomeDe klassieke opvoedingPagina 79

JPEG (Deze pagina), 902.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.76 MB

PDF (Volledig document), 80.73 MB

lï i
it
DE KLASSIEKE OPVOEDING. 43 (
treffende de studie van den Oostindischen Archipel".
Deze vrij duistere aanduiding, ontleend aan de in 1921 (
bij Koninklijk Besluit ingestelde opleiding der zgn.
,,Indische meesters in de rechten", brengt den inge-
wijden een ingrijpende hervorming van ons onderwijs-
stelsel in herinnering, waarop de Hollanders zich vol- `
strekt niet behoeven te verheffen 1). Moeten aan de
opleiding van hen, die later ons land in de Koloniën (
1) K. B. van 15 juni 1921, S. 800, het zgn. Academisch Statuut,
waarbij - onder het motto: ,,meer vrijheid inde studie" ­-onder [
meer is ingevoerd een nieuwe regeling der studie in de philosophie, _
voortaan toegankelijk voor personen, die Latijn, noch Grieksch
hebben geleerd. Het is thans mogelijk een doctoraalexamen in de wis-
en natuurkunde af te leggen met philosophie als hoofdvak. De opmer­ i
kingen, waartoe ons deze hervormingen (waarover door alle betrokken
Nederlandsche faculteiten ongunstig geadviseerd was) en de wijze waarop
zij door Minister de Visser zijn gemotiveerd, aanleiding gaven, hebben
wij hier weggelaten om met eerbiedige en hartelijke instemming het (
woord te geven aan een man van wereld­beroemdheid: Prof. Dr. L. E. j
]. Brouwer (Nieuwe Kroniek van 18 juni 1921, overgenomen in VVeek- _i
blad voor Gymn. en M. O. van 21 juni 1922). ‘
,,Als alle voor redelijke uitvoering onvatbare maatregelen zal ook die
van den Minister slechts als voorwendsel voor misbruiken effect hebben, ,
in dit bijzondere geval te meer uit hoofde van de nevenbeteekenis van °
het woord ,,wijsbegeerte" in den mond der welbespraakte oppervlak- (
kigheid, uitdrukkende derzelver onwil, zich aan eenige controle van (
intelligentie of zaakkennis te onderwerpen. )
Wat betreft de ministerieele motiveering. Het is onjuist, neen onzinnig, i (
te beweren, dat in den laatsten tijd in de physica een nieuwe richting
zou zijn opgekomen, die ,,meer dan tot heden op de psyche van planten l
en dieren den nadruk" zou willen ,,gelegd zien". Niet minder onzinnig
is de onderscheiding van ,,materialistische" en ,,ideêele" richtingen op l,
het gebied der physica. En onbegrijpelijk is, dat de ondeskundige Minis-
ter, wien er toch meer aan moet zijn gelegen, vertrouwen, dan verbazing
te wekken, heeft gemeend, het bij de mededeeling zijner persoonlijke motie-
ven te kunnen laten, en zich niet verplicht heeft gevoeld, de autoriteiten te
noemen, op wier uitnemend gezag hij het van de deskundige en betrokken F
faculteiten ter zake ontvangen eenstemmig advies naast zich heeft neder- (
gelegd? `
I