HomeDe klassieke opvoedingPagina 20

JPEG (Deze pagina), 801.14 KB

TIFF (Deze pagina), 7.66 MB

PDF (Volledig document), 80.73 MB

XVIII VOORREDE.
1 woord. Beide argumenten toonen voor hen, die over de quaes­
tie niet nadenken, meer, veel meer dan zij waard zijn.
Het eerste betreft de antithese: dwang - vrijheid. Welk
rechtgeaard Nederlander voelt niet iets in zich trillen, als hij dat
woord ,,vrijheid" hoort! Het is dus wel heerlijk als men dat
woord in zijn banier kan voeren, als men dat woord als strijd-
leus kan bezigen en van zijn tegenstanders kan zeggen: daar
hebt gij de menschen van den dwang, wie kiest gij?
Maar de leus blijkt valsch te zijn.
De vraag, of er volgens het ontwerp werkelijk vrijheid is,
moge ik hier onbesproken laten. Echter vóór alles zal men zich
toch moeten afvragen, of vrijheid hier op haar plaats is. En nu
kan een wetgever, die aan promotie of aan het afleggen van
een examen bevoegdheden verbindt, zulks toch alleen doch,
omdat in die promotie of in dat examen zekere waarborgen
zijn gelegen. Hieruit volgt reeds, dat de vrijheid nooit ongeli-
miteerd kan zijn. Trouwens volledige vrijheid en de daarmede
noodzakelijk gepaard gaande differentiatie stuit bij klasse-
onderwijs spoedig op gewichtige bezwaren. Nu meen ik ech-
ter, dat de wetgever zich moet afvragen: hoe kan het onder-
jwijs zooveel mogelijk dienstbaar worden gemaakt aan de
beschaving? Heeft de jurist, de philoloog, enz. een klas-
sieke opvoeding noodig? Dat daarbij dan in een leerplan
het Grieksch wordt opgenomen, en dat dit leerplan ook
zal worden gevolgd door leerlingen op wie de klassieke op-
voeding in het geheel geen vat heeft, is onvermijdelijk. Maar ik
ben overtuigd dat zij, bij bezielend onderwijs, een zeer kleine
minderheid vormen. Ik acht het b.v. bijna ondenkbaar, dat het
een goed docent, die liefde heeft voor zijn vak, niet zou geluk-
ken om die jeugdige zielen, waaraan nog zooveel te vormen
W is, die nog naar zooveel verschillende richtingen kunnen ont-