HomeDe klassieke opvoedingPagina 16

JPEG (Deze pagina), 844.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.62 MB

PDF (Volledig document), 80.73 MB

XIV VOORREDE.
Grieksch jurist kan worden, lezen wij niet - dat zij ,,vermoe­
delijk ook zonder kennis van het Grieksch hunne taak naar be-
hooren zullen kunnen vervullen" 1). Ik denk plotseling aan
mijn verblijf op een oorlogschip, waar ik in de apotheek op een
flesch water met groote letters zag staan: ,,aqua pura distilla-
, tus". Dat is nu wel stuitend, nietwaar?, het is kwetsend voor
het taalgevoel, maar men zou toch wel kunnen zeggen, zelfs met
weglating van het woord ,,vermoedelij k", dat dat etiket zijn
taak wel naar behooren zal kunnen vervullen 2).
Uit de argumentatie van den Minister blijkt m.i. duidelijk, dat
het probleem niet juist is gesteld. Dat men de juridische exa-
mens kan passeeren zonder Grieksch ­- ik wil er zelfs wel bij-
voegen zonder Latijn - staat voor mij vast. Het is echter de
vraag of men voor den jurist, met het oog op de functie, welke
hem in het maatschappelijke leven wacht, klassieke vorming
moet blijven eischen of niet. M.i. ongetwijfeld ja, ook al zouden
er eenige categorieën van juristen zijn aan te wijzen, welke ook
zonder Grieksch hunne taak naar behooren zullen kunnen ver-
vullen. Veel meer functies zijn er echter op te noemen, en
hieronder vallen alle functies waarvoor men jurist móet zijn,
waarbij de klassieke opvoeding uitnemend te pas zal komen.
De anderen moeten dan maar mee, indien ze per se jurist willen
worden. Daar is niets aan te doen, zoo lang het onmogelijkis om
1) De Minister zegt het alleen van ,,dle meesters ln de rechten, welke zich in het
economische, financieele of commercieele leven zullen begeven". Maar de andere
dan? De rechters en advocaten? Moet voor hen dan worden geëischt, dat zij
Grieksch hebben geleerd? Het is onbegrijpelijk hoe de Minister zich dat voorstelt,
tenzij hij alsnog tot de conclusie komt, dat ook zij zonder Grieksch hun taak naar
behooren zullen kunnen vervullen. Of zou nu reeds op 12 of 14jarigen leeftijd
moeten worden beslist, tot welken groep van juristen men wil behooren?
’) Dit is ook het geval met het bewijsstuk, in het bezit van menige jonge dame
in Nederland, waarop staat vermeld: .... candidatus examinata est. Het stuk
bewijst nog iets meer dan den uitslag van het examen.