HomeBeschouwingen over de verdediging van NederlandPagina 48

JPEG (Deze pagina), 702.71 KB

TIFF (Deze pagina), 7.24 MB

PDF (Volledig document), 53.34 MB

-­ =·· -·· · ·»- -r:.-L-; -»·- ·~~ <··‘ ‘ -1 i . .,.1 ...r. ..., . . . .-. ­ -h _
I
i I
I 38
I blazers, voor tal van diensten bg het leger, is te vinden,
C voor hem kan het geen bezwaar hebben met de verstrekte
gegevens eene oordeelkundige indeeling van de vrijwillig die-
j nenden en de militie te maken. 4
[ De sterkte en de verhouding van de verschillende wapens I
‘ wordt nu als volgt: I
Vrijwilligers en e
Muicïens. maiacitms te mm.
Infanterie 48.908 56.648
Kavallerie 1.920 4.392
Artillerie 10.311 13.531
Genie 861 1.517
j 62.000 76.088 I
Wij hebben dus geëncadreerd 62.000 miliciens, die wij be- I
rekenden, dat beschikbaar blijven, wanneer jaarlgks 16.000 I
man geligt worden. Over vijf jaren bedraagt dat 80.000 man , E
hiervan gaan af 5.000, die bn de zeemilitie ingelijfd of, vol-
gens art. 127 der militiewet, van de werkelijke dienst ont- gx
lieven worden. il,
De vermindering, welke de militie in vijf jaren ondergaat I
door overlijden, overgang bij de koloniale troepen en andere I
oorzaken, bedraagt 15 percent, zoodat de 75.000 man tot
63.750 teruggebragt worden. Er zouden dus 1.750 miliciens
overblijven, indien jaarlijks het maximum geligt en volledig
afgeleverd werd. Wie echter met de militie bekend is, weet
dat op elke ligting een te kort ontstaat, door gebrek aan I
beschikbare manschappen in sommige gemeenten.
Wanneer dat cgfer in vijf jaren de 1.750 man niet te bo-
ven gaat, zal men reden tot tevredenheid hebben. J
Wat de vrijwilligers aangaat, hebben wij gerekend op ruim I .
14.000 man, kader en soldaten; dat deze zonder bezwaar te
vinden zijn, vooral na afschafffing van de reniplacering, zal i
niemand betwijfelen, dien het bekend is dat er, volgens eene
I
E