HomeBeschouwingen over de verdediging van NederlandPagina 36

JPEG (Deze pagina), 656.34 KB

TIFF (Deze pagina), 7.22 MB

PDF (Volledig document), 53.34 MB

fl Z
26
Uit die jongelieden worden de officieren en verder kader
j voor de militie gevormd.
l‘ De Koning bepaalt den duur hunner eersten oefeningstüd
‘ naar gelang van het wapen, waarbij zij optreden.
Zij kiezen het korps waarbij en de garnizoensplaats waarin
zij zullen dienen.
Omtrent hunne toelating, opleiding en behandeling ware
jj het navolgende voor te schrijven:
De toelating.
l
” Ieder loteling of vrijwilliger voor de militie, die gebruik
é wenscht te maken van de bevoegdheid, verleend in art. 121
der wet, behoort vóór 15 April van het jaar, waarin hij
j ingelijfd moet worden, schriftelijk zijn verlangen kenbaar te
5 maken aan den Minister van Oorlog, onder opgave van het
korps waarbij, en de garnizoensplaats waarin hij bij voor-
keur zijne dienst zou vervullen.
lj;
Het omter/tomt. ,
Zij zorgen voor eigen woning en voeding, zoolang de troep,
waarbij zij dienen, in het garnizoen blijft.
Op marsch en in de kantonnementen worden zij van Rijks-
wege verpleegd.
l Hetzelfde geschiedt wanneer zg in een Rijks- of garnizoens-
W hospitaal zijn opgenomen.
De kteecting.
Zij moeten zich voorzien van alle kleedingstukken, welke
l voor den soldaat zijn voorgeschreven. Zij kunnen die zelf
aanschaffen of tegen betaling ontvangen uit ’s Rijks magazijnen. *
j De kleedingstukken moeten overeenkomstig de bestaande
ik modellen zgn, doch het wordt hun vrügelaten fijner laken
te nemen.