HomeBeschouwingen over de verdediging van NederlandPagina 35

JPEG (Deze pagina), 728.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.20 MB

PDF (Volledig document), 53.34 MB

25 j
Het meerendeel dezer manschappen behoort tot de volks- l
klasse, wier zedelijkheid en verstandsontwikkeling op zeer l
lagen trap staan. Intusschen is het meer dan vroeger noo-
dig intelligente soldaten te hebben, terwijl in den bestaanden j*
toestand het vormen van geschikt kader uit de militie niet
mogelijk is. N,
Hierin zal verbetering komen, zoodra ieder, die het lot 2.
daartoe aanwijst, persoonlijk zijn militiepligt vervult.
Het is geen onbillüke eisch, dat elk Nederlander, daartoe I
geroepen, meclewerke tot het behoud der onafhankelijkheid ·
van zijn Vaderland; veeleer is dit een pligt tegenover de _,
regten en vrijheden, die zijne hoedanigheid van ingezeten j
hem toekent. j
Nadat de noodzakelijkheid van de afschaffing der plaats-
vervanging in openbare geschriften 1) herhaaldelijk is betoogd,
meenen wij ons echter van verdere aanbeveling te kunnen _«
onthouden.
_ Wij achten het opheffen van de bevoegdheid om zich in 1
; de dienst der militie te doen vervangen volkomen in over-
eenstemming met de gelijkheid van allen voor de wet, met
_ de billijkheid en met het Rijksbelang. W
Ten einde echter voor beschaafde jongelieden de persoon-
lijke dienst bij de militie aangenamer en nuttiger te maken,
wenschen wij hier te lande eenigzins gewijzigd in te voeren,
` wat men in Pruissen onder Ez'¢z_y`¢ï/zmgmz verstaat.
· In de militiewet, bijv. bij art. 121, is daartoe te bepalen,
dat ieder, die voor eigen rekening voorziet in zgne kleeding,
huisvesting en voeding en derhalve geen soldij, brood of toe- j
lage voor het kleeding- en reparatiefonds verlangt, niet ver- j
" pligt zal zgn in de kazerne te wonen of deel te nemen aan 1
de menage der soldaten.
1) o. a. die van de kapiteins DEN BEER POORTUGAEL en van ·rUEaE1vHoUr.
xl