HomeBeschouwingen over de verdediging van NederlandPagina 23

JPEG (Deze pagina), 762.22 KB

TIFF (Deze pagina), 7.26 MB

PDF (Volledig document), 53.34 MB

ä

13 l
wü slechts het terrein vóór de meeste vestingen te overzien;
dit bestaat veelal uit lage weilanden, van veenaohtigen aard,
van afstand tot afstand met sloten doorsneden; is er nu maar
zooveel water, dat de sloten onzigtbaar zijn, dan is reeds :1
voor troepen de overtogt onmogelük, te meer daar spoedig H
het terrein onvast en drassig wordt.
Tot het bevaren van de inundatiën zou de vijand, in hare .
nabijheid, weinigdiepgaande vaartuigen moeten vinden, daar- j
tegen moet de verdediger waken; maar al vond de vijand
die, dan zou hij alleen nadeel kunnen toebrengen, indien hij Q
verrassing eenig versohanst werk kon naderen, iets waar-
tegen de verdediger op zijne hoede behoort te zijn. Even-
. zoo moet in den winter, bij sterken vorst, een gedeelte der
onder-waterzetting door de manschappen worden opengehou­ fil
den; terwijl dan de poorten en ingangen der vesting met H
t dubbele zorg bewaakt moeten worden. (ii
J Het terrein in de zeeprovinciën en langs onze groote rivie­
, ren is zoo doorsneden, dat het eene verdediging, voet voor ,A
‘ voet toelaat. H
l Wanneer er slechts geestkraoht is bij het volk, en onze i
verdediging door bekwame mannen geleid wordt, dan kunnen ‘,
; wij de sterkste vijandelijke legers wederstaan.
Het gewigtigste deel van ons land bestaat uit de provinciën
1 Noord- en Zuid-Holland, deze zijn het sterkst bevolkt, daar
1 . is de zetel der regering, de hoofdstad van het Rijk en daar li
i zijn de middelen vereenigd om een’ oorlog vol te houden. gw
Amsterdam is ons laatste reduit (toevlugtsoord); omringd j
door uitgebreide onderwaterzettingen is het ongenaakbaar, l
' heeft geen bombardement te duohten en kan voortdurend l
toevoer van levensmiddelen en munitiën van buiten ontvangen.
In 1810 bood dan ook de Generaal KnA1Jn1vHoFF den
toenmaligen Koning van Holland aan, om de hoofdstad tegen i
de gansche magt van Napoleon te verdedigen. .
4