HomeDe strijd voor het rechtPagina 13

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.63 MB

PDF (Volledig document), 34.45 MB

] « .
» 11
deering en een sterker gevoel van internationale eenheid.
__ Pogingen in de·ze richting zijn geen blijken geweest van laf-
, " heid of zwakte, maar de uitingen van een oprecht verlangen
naar een gelukkiger en vredelievender wereld.
N Maar in afwachting daarvan hebben zij zich voor haar eigen
‘ ‘ veiligheid ·op bewapeningen moeten verlaten. Maar die bewa-
peningen hadden slechts een defensief doel. Zij beoogden geen
aanval. Dat geldt ook voor_de diplomatie. De diplomatie der
1 liberale mogendheden was er voornamelijk op uit wrijving te
‘ _ , voorkomen en conflicten tusschen nationale belangen door
_ l eerlijke en redelijke onderhandelingen bij te leggen. Het is
. verre van haar door voortdurende intrigues zwakker mogend-
_ » heden te willen isoleeren om ze dan met een dreigend gebaar
van de gepantserde vuist te intimideeren. Oorlog zelf wordt
beschouwd van een gansch ander standpunt. Hij is niet een
voortzetting der politiek, een gewettigd en onvermijdelijk
_ middel ter bereiking van een nationaal doel. Hij is veeleer het
. bewijs dat de menschheid en het recht ergens in te kort ge- `
schoten zijn. Oorlog kan somtijds noodig zijn. Het is soms het
eenige middel om een erger kwaad te voorkomen, het verlies
·’ ‘ der vrijheid of de stelselmatige onderdrukking van de zwak-
ken. Maar dat middel hoort alleen te worden aangewend als
iedere andere vereffening van het geschil vergeefs beproefd
l is; en wanneer oorlog niet langer te vermijden valt, dan moet
` hij dienst doen zooals de politie dienst doet, in ondergeschikt-
, heid aan het recht en met de uiterste consideratie voor ande-
A ren, en niet tot kneveling van het recht. Zijn doel mag niet
_ wezen de geestkracht van een ander volk te terroriseeren
. · of te breken, maar hij m·oet het recht en de vrijheid hand-
haven; en de militaire macht mag van haar tijdelijk overwicht
‘ geen misbruik maken om de elementairste begrippen van wat
in de menschelijke samenleving behoorlijk is, te niet te doen.
Maar één ding is door dezen oorlog duidelijk geworden. De ·
` ­ Westersche Mogendheden hebben hun eigen leerstellingen niet
ver genoeg doorgedacht om er de eenig juiste conclusie uit te
trekken. Onder volken, zoowel als onder de burgers van een-
. " zelfden staat geldt slechts één van tweeën: de heerschappij
l van het geweld of de heerschappij der wet. Het heeft geen zin
een beminnelijk vertrouwen te stellen in de goede bedoelingen
‘ en de welgezindheid van anderen. Als de menschen oprecht ‘
verlangend zijn jegens hun naasten rechtvaardigheid te be-
_ trachten, dan plegen ze de beginselen vast te stellen waarnaar
` zij zich zullen gedragen en die als wet te erkennen, en mid-
delen worden beraamd om hen ter verantwoording te roepen
t die de wet breken. En als we het zonder wet en politie nièt
i stellen kunnen in die staten waarvan de bevolking op een
'
­