HomeWaarom Engeland België te hulp gekomen isPagina 6

JPEG (Deze pagina), 785.21 KB

TIFF (Deze pagina), 5.92 MB

PDF (Volledig document), 10.07 MB

Nog duidelijker, in zijn brutale vereenzelviging van macht met
het eenige erkenbare recht, was de Duitsche Rijkskanselier in zijn
toespraak in den Rijksdag, op 5 Augustus 1914 :
" Wij staan heden,” verklaarde hij, " voor een toestand van
noodzaak, en nood breekt wet. (Zeer waar !) Onze troepen hebben
Luxemburg bezet. Misschien zijn zij reeds op Belgisch grondgebied
doorgedrongen. (Levendige toejuichingen.) Dit is in strijd met
de bepalingen van het volkenrecht. De Fransche regeering heeft .,1
weliswaar te Brussel verklaard, dat Frankrijk de onzijdigheid van ç"
België zal eerbiedigen, zoolang de tegenstander haar eerbiedigt. cl
Wij weten nochtans, dat Frankrijk klaar staat België binnen te ‘*l l
rukken. (Hoort ! Hoort !) Frankrijk kan wachten. Wzj kunnen
echter met wachten, en een Fransche aanval op onze linkerflank W
aan den Beneden-Rijn zou noodlottige gevolgen kunnen hebben. j
Daarom zijn wij genoodzaakt geworden de protesten der regeeringen (
van Luxemburg en België in den wind te slaan.
" Het mwecht, dat wvjj hiermee plegen, zullen wij trachten weêr
goed te maken, zoodra onze militaire oogmerken zijn bereikt.
(Toejuichingen.) die, gelijk wij, het hoogste doel nastreeft, l
kan enkel eraan denken, hoe hij ’t best zich er doorheen slaat.
(Stormachtige bijval en herhaalde toejuichingen in den Rijksdag
en op de tribunes.) "
En, bij een gesprek, dat Sir Edward Goschen met den Rijks-
kanselier had, verklaarde deze, dat Engeland zich in den oorlog
begaf voor een " stukje papier,”’*‘ doch hierop staat-’t is onnoodig
het in herinnering te brengen-naast Duitschland’s onderteekening j
die van Engeland.
Het is waar, dat er, in de laatste Duitsche dépêche, in ons j
Witboek vermeld, een zwakke poging aangewend werd, om een 5
mythischen Franschen aanval op Duitschland door België te j
opperen-" een aanval, volgens volstrekt onwêerlegbare inlichtingen, j
beraamd." Het valt gemakkelijk deze valsche bewering te ont-
zenuwen. Op 31 Juli vroeg Sir Edward Grey de Fransche en
Duitsche regceringen, of zij bereid waren de onzijdigheid van België (
te eerbiedigen, zoolang geen andere mogendheid haarlschond. Op
denzelfden dag ontving hij van de Fransche regeering een bevestigend K. ’
* Op denzelfden dag (4 Augustus) zeide de heer von J agow, de Duitsche [
Minister van Binnenlandsche Zaken, dat Duitsehland zich " genoopt " ë
had gezien, om tot dezen maatregel over te gaan, teneinde, langs den
geinakkelijksten en spoedigsten weg, Frankrijk binnen te dringen. " Voor j
ons," verklaarde hij, " is dit een levenskwestie." Sir Edward Goschen {
gaf toen hierop ten antwoord, dat het ook een levenskwestie voor Engeland Q
was, om " zijn plechtige verbintenissen na te komen/’ `
j.
* s
l