HomeWaarom Engeland België te hulp gekomen isPagina 10

JPEG (Deze pagina), 788.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.01 MB

PDF (Volledig document), 10.07 MB

8
fering van vrijdom en onafhankelijkheid stond voldongen te worden."
En dat Gladstone geen lijdzaam toeschouwer verkoos te blijven,
bleek duidelijk uit zijn brief aan Cardwell, zijn minister van oorlog :
‘° Wat ik zou willen nagaan is de mogelijkheid, om twintig
duizend man naar Antwerpen te zenden met dezelfde vlugheid als
wij tien duizend man naar Canada zonden, bij de ‘ Trent­crisis.’ ”
De stap, dien Gladstone wilde doen, was tegelijkertijd boud en
wijs. Hij bood Frankrijk en Pruisen een traktaat aan, waarin ,,
stond, dat, zoo een der twee mogendheden Belgic’s onzijdigheid
mocht schenden, Engeland bereid stond de andere mogendheid j- _
gewapenderhand bij te staan. Het is waar, dat Gladstone twee ‘
woordelijke voorbehouden opperde. geloofde niet, dat een derge­ °
lijke toezegging Engeland nopen zou deel te nemen aan den oorlog, `
waar ook. Dan kwam hij met de karakteristieke redeneering, dat
het bloote feit, dat de waarborg bestond, elke partij geenszins ertoe ,
binden zou onder alle omstandigheden. Maar hij stond erop, dat
Engelandfs verplichting hier een hoogere beteekenis bezat dan een
formeelen waarborg. Twee onweerstaanbare overwegingen dreven
hem tot een volledige volvoering van het traktaat van 1839, en
beide zijn van toepassing op de gebeurtenissen van 1914. De
eene overweging was het volkenrecht ; de tweede omschreef hij als
" het gemeenschappelijke belang, om de onbeperkte vergrooting
van één staat tegen te gaan.” Zijn leer paste hij in dezer voege op
het kritieke geval van Belgie toe :
" Wat is dat land ? Het is een land, met vier of vijf millioen
zielen, dat op een grootsch geschied-verleden boogt en bezield is
door een nationaliteitszin, een onafhankelijkheidsgeest, even warm
en even waarachtig als die in het harte blaakt van de meest here
en machtige volken . . . Een land als België voor oogen houdende,
is er dan onder mijn toehoorders een enkeling, die het niet beseft,
dat, als België ingelijfd wierd, onverschillig door wien, als een
gevolg eener ontembare gulzigheid van grootheidszucht, de dag,
welke van die inlijving getuige zou zijn, tevens getuige wezen. zou U
van den ondergang van het openbare recht, het volkenreclit, in _
Europa. Maar wij hebben, bij de onafhankelijkheid van Belgie,
een grooter belang dan wij kunnen bezitten bij de letterlijke uit- l'
voering van den waarborg. Het eerste is vervat in het bescheid
op de vraag, of Engeland, in de gegeven omstandigheden van dit .
geval, en bekleed gelijk het is met invloed en met macht, kalm
getuige zou kunnen blijven van het plegen der snoodste misdaad, V
welke ooit de bladzijden der geschiedenis bezoedelde, om aldus de
medeplielirige dezer zonde te worden.”