HomeDuitschland's voeding van buiten-afPagina 21

JPEG (Deze pagina), 509.79 KB

TIFF (Deze pagina), 4.88 MB

PDF (Volledig document), 26.28 MB

I
19
visch en eieren­konien wij als totaal aan eiwit l
l dat Duitschland in staat is zelve te produceeren, f
l met een oogst zooals die van 1914, niet tot
. 1.554.000 maar tot 1.411.000 ton.
g Dit quantum moet nu over de bevolking
worden verdeeld en hier doet zich de vraag- ‘
{ hoezeer van weinig belang-voor, in welke ver~ t
1 houding die verdeeling moet plaats hebben,
1 waar het geldt mannen, vrouwen en kinderen 1
van onderscheiden leeftijd. Physiologisten
stellen vrij uiteenloopende graden van behoefte l
voor maar laat ons, ten aanzien van eiwit. de
schaal aanvaarden in het Eltzbacher hoek
, aangegeven en de daarmit, voortvloeiende
1 berekening voor de bevolking van Duitschland
van 54,9 eonsumeerende eenheden tot de onze i
maken. `
U `Wat von veel meer belang is, is het bedrag aan
te nemen. als per unit gevorderd. niet andere
l woorden de hoeveelheid door een volwassene
in vereischt, die matig hard werkt. De werkelijke
gemiddelde hoeveelheid verteerbaar eiwit door
` , één unit per dag verbruikt, beliep in 1912-13,
volgens de lïltzbacher berekeningen, 116
gram. Een zekere vermindering van dit
gewicht was zeer wel mogelijk. Tot zeer
korten tijd geleden was het cijfer, in