HomeEen woord over het achtste hoofdstuk der staatsbegrootingPagina 9

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

...`;­,¤«-»,,., I _ YJ.;,;;vg;F«~g¤:_;;urc ·x,­­r,«`•ïx­.<,·,,11·¢·~ .,.;~xq .-i,. », · .. ­ ·~ ­~· ’*""":*"j` ' ; 1‘·‘* ‘ " '''` _”I;"':TY,_ _ "_; :`,:_@`,’25§';:ï"·i‘ ` ;,,;_ ­ · ·­ ` · >` « Y- ~=·._
- E
t
7
wenschen dat de maatregelen van het krijgsbcstuur , strekkende om de huisse-·
lijkheid van den soldaat te vermeerderen, tot de uitkomst hadden mogen leiden
dat het aantal vrijwillig dienende soldaten ware toegenomen; maar ongelukkiger
wijze heeft juist het omgekeerde plaats. Het aantal ontbrekenigle vrijwilligers,
dat in 4865 4557 bedroeg, telde in het vorige jaar 48l/t en was op 1 Augustus
dezes jaars tot 5685, alzoo meer dan een vierde van het organiek cijfer, ge--
stegen. Men mag aannemen dat de exploitatie der staatsspoorwegen in de beide
laatste jaren vele vrijwilligers uit de gelederen van het leger heeft getrokken,
maar ook de voortdurende uitbreiding van alle takken van industrie zal daarop
invloed hebben uitgeoefend. Intusschen is het verschijnsel der toenemende ver-
mindering van het aantal vrijwilligers eene werkelijkheid, en eene werkelijk-
heid die ernstige overweging verdient, opdat alle pogingen worden aangewend
om hare uitbreiding te voorkomen.
l` Het kan niet ontkend worden dat in de laatste jaren in meer dan een op-
jï zigt pogingen zijn in het werk gesteld om de vrijwillige dienstneming te be-
vorderen; maar die pogingen mogen thans als mislukt beschouwd worden.
jl Gedeeltelijk is dit te wijten aan het minder praktische der maatregelen zelve ,
j` voor een ander gedeelte aan de niet alt.ijd even oordeelkundige wijze , waarop
j ze door de chefs zijn ten uitvoer gelegd. Hoe dit ook zij, het zal door nie-
i mand, die van nabij met den soldaat en zijne eigenaardigheden bekend is,
l worden tegengesproken dat in dit opzigt veel te doen overblijl't. De l1uisselijk­
j` heid van den Nederlandschen krijgsman bijv. laat steeds te wenschen over; wij l
tig" kennen een groot garnizoen , waar twee bataillons infanterie eene kazerne be-
wonen, waarin zelfs geene uitspanningszaal, die des avonds behoorlijk ver-
i licht en des winters voldoende verwarmd is , wordt gevonden, zoodat de sol-
daten in die kazerne geen ander t’hnis hebben dan de ongezellige en uit den
aard der zaak matig verlichte en verwarmde chambrée. Er is intussehen eene
andere oorzaak, die, veel meer nog dan gebrek aan huisselijkheid , er toe bij-
, draagt om den soldaat wars te maken van eene loopbaan, waarvan hem alleen
j, de sehaduwzijden vertoond, maar de lichtpunten verborgen worden gehouden.
h Wij bedoelen de versnippering van ons kleine leger over zoo vele, en daar-
onder zulke verfoeijelijke garnizoensplaatsen. Vij zouden door voorbeelden
kunnen staven , dat niets zoozeer den lust tot vrijwillige dienstneming tegen-
werkt dan die vele kleine akelige garnizoenen, die zoo geestdooclend voor de
oliicieren , zoo vervelend voor de soldaten zijn, en met de ter kwader uur, bij
de infanterie, weder ingevoerde namiddag-exereitiën, het gros der vrijwilligers,
voor zooverre zij in staat zijn door handenarbeid in eigen onderhoud te voor-
ien, doen haken naar den dag, waarop zij in de burgermaatschappij zullen
eijn teruggekeerd. Zoo als ons leger thans over het geheele land, van het
noorden naar het zuiden , van het westen naar het oosten , verstrooid ligt over
een tal van garnizoensplaatsen en plaatsjes , heeft het werkelijk den schijn,
alsof het leger door de bevolking wordt bekostigd , niet om eene degelijke en
geoefende krijgsmagt te bezitten , die den hoeksteen onzer maatsehappelüke en
· burgerlijke vrijheid uitmaakt, maar eenig en alleen, om er in tal van kleine
garnizoenen weer van te laten trekken wat mogelijk is. In stede van zich bij

Q' l ` r` " IM