HomeEen woord over het achtste hoofdstuk der staatsbegrootingPagina 6

JPEG (Deze pagina), 1.04 MB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

r
l
zouden klinken en op deze vlugtige beschouwingen onwillekeurig een stempel
van ontevredenheid gedrukt zou worden , dat wij haar, met het oog op de te
behandelen onderwerpen, niet wensehen te schenken. Wij zullen alzoo hier
niet onderzoeken in hoeverre de nieuwe kleeding der infanterie al dan niet doel-
matig en sierlijk is, ook niet of die wijziging, in den zin als thans geschied is,
noodig was; maar alleen wijzen op de waarheid dat de tegenwoordige veran- l
dering van uniform gepaard gaat met groote kosten , die natuurlijk het meest i
drukken op hen die het minst hebben, ergo op de luitenants Zoo ooit, dan
zou alzoo in deze tijden, aan alle subalterne olïicieren, inzonderheid evenwel
’ aan de luitenants, d. i. aan alle luitenants, eene vermeerdering van inkomen ten j
hoogste welkom zün geweest, al ware het alleen om bij magte te wezen de `
buitengewone uitgaven te bestrijden , die een uitvloeisel zijn der van hooger­ j
hand voorgeschreven verandering der kleeding.
Wij weten dat er onder de officieren van hel. leger velen worden aangetroffen, j
die van oordeel zijn dat de tüd reeds lang gekomen is, waarop niet alleen de ·.
bezoldigingen der luitenants, maar alle traktcmenten eene verhooging moeten
ondergaan. Zij beweren dat bijaldien uitsluitend de traktementen der luitenants l
vermeerderd worden, ’tgeen, voor zooveel de 2de luitenants betreft, reeds
eenmaal, namelijk in /1852, heeft plaats gehad, de bestaande en allezins noodige
verhouding tusschen de bezoldigingen der subalterne rangen , en evenzeer het
verschil bij het verwerven van den kapiteinsrang, verloren gaan; terwijl de ‘
billijkheid daarentegen medebrengt dat, zoodra meerdere gelden gevonden J `
kunnen worden voor de ollicierstraktementen, die gelden aangewend moeten
worden om alle traktementen, zonder onderscheid van rang, percentsgewijze te je
verhoogcn, zoo als, meenen wij, onlangs in België is geschied. Leefden wij onder ä
andere omstandigheden en was de aangevraagde som voor vermeerdering minder l
onbeduidend dan thans het geval is, wij zouden een zoodanigen maatregel, ‘
die geheel met de billijkheid is overeen te brengen - ongetwijfeld althans voor j
zooveel aangaat de subalterne olliciercn, namelijk de kapiteins en de luitenants - j
met alle kracht ondersteunen; maar doordrongen van de bezwaren, welke j
hêtl [CI] l1llLVO€l“ lêggflll d€läl‘'êlll, ll] llêl. lCV€l”l zoude I'0Cj)Cl1, IHGGIICII wij VOOI'­ Y
j HlSllO§ (16 VCl`[OO<gt‘H, W€lk(5 [CH gllllSlC CCl'l(3l’ pCl`CClll.S«gC\'ljZB V€l`ll0Oglllg V3!] j
jl alle olïicierstraktementen zouden kunnen bijgebragt worden, veilig achterwege te
" mogen laten. Vij zullen ons reeds meer dah gelukkig achten , büaldien onze ,
zwakke pogingen iets vermogen bij te dragen tot verwezenlijking van den alge-
ITICCHCII VCIlSCll Olïl (IG VOOI‘gCl]OlllCll [lïlklC[llGll[S’Cl`hOOglll·g te (Ll0€ll llll,S[l‘Gl£kCl`l
tot alle luitenants van het leger. j
Behalve de luitenants is er eene klasse van kapiteins, wier karige bezoldiging J
eene afzonderlijke vermelding verdient. Wij bedoelen de kapiteins plaatselijke- l
adjudanten, meest alle oude verdienstelijke militairen, voor wie de kapiteins­ j
rang de maarschalksstaf is. Wel zün de diensten welke deze klasse van ol1icie­ 4
ren bewijst een weinig nederiger dan die eens maarschalks, maar hun ijver,
I hllllllê V(3I‘kZHE1ll`lllGld O’Cl'tl`CifCll Väëlk dëll ljVl3l' Cll LIC \’Cl'kZ€lülllhCl(] Val'] lïlälllllöll ,
die, even als zij, het besef hebben van de hoogste sport op de militaire ladder
j. betreden te hebben. Deze ollicierrn zijn de eenige in het leger, welke de kapi-
‘ l
/ i `
ll l
. ’ |
. °> _ T i