HomeEen woord over het achtste hoofdstuk der staatsbegrootingPagina 4

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 7.80 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

l
2
nants zullen dus in 1866 minder, en in de volgende jaren niet meer ontvangen
dan thans het geval is. Wil men liever voorbeelden, wij laten er eenige vol- »j
gen: De luitenants der grenadiers en jagers ontvangen thans _jaarlijks f 200 ,j
als residentie-toelage; bij de voorgestelde vermeerdering van het traktement T
met f 100 , wordt van de toelage even veel afgetrokken. Ook de luitenants te
Amsterdam in garnizoen, zullen , voor zooveel hunne bezoldiging vermeerderd Qi
wordt., de toelage à f 100 verliezen. Eveneens zullen de luitenants van den ii
staf der genie hunne toelage van f 100, ingevolge de bedoelde bepaling, missen. j
Nu kan men zeer goed een tegenstander zijn van het beginsel om den oliicier in ii
» · het eene garnizoen meer inkomen te verzekeren dan in het andere, zoolang ` F
althans eene billijke regeling daarbij niet meer op den voorgrond staat dan tot i
heden het geval was, of kan men meer bepaald ingenomen zün tegen het denk- ·
beeld eener residentie­toelage, of wel de meening zijn toegedaan dat de / 100, *
welke de luitenants van den staf der genie voor den aankoop van boeken en §
instrumenten genieten , met gelijk regt aan de artillerie of de geneeskundige e
dienst zouden kunnen worden toegewezen; toch zal men zich ligtelijk kunnen
voorstellen dat de nieuwe regeling voor de straks bedoelde luitenants te ’s Hage
en Amsterdam en de luitenanl.s­ingenieur eene wezenlijke teleurstelling heeft
opgeleverd; en men zal die teleurstelling te eerder billijken , wanneer men wil
opmerken dat het hier geenszins de toepassing van een algemeenen regel geldt.
i Want, om ons weder tot enkele voorbeelden l.e bepalen, de luitenants die ge-
plaatst zijn bij het Departement van oorlog, de artillerie inrigtingen l.e Delft,
de militaire akademie, zij allen zullen, volgens het ontwerp, na 1 Januarij
a. s. hun inkomen met f 100 zien vermeerderen. Aanvankelijk kwam het denk-
beeld bij ons op dat ­-· met voorbijgang van het exceptionele geval, de luite­
nanls van den staf der genie betreffende - tot beginsel was aangenomen , het in- ·‘
komen onveranderd te laten, voor het geval dat de toelage niet het uitvloeisel
was van bijzondere diensten, maar van het verblijf in eene der beide boven- A
genoemde garnizoenen. Maar hiertegen verheft zich de traktementsbepaling der
luitenants­adjudanten bij de infanterie, in de artillerie-direetiën, enz., die
voortaan , wegens hunne bijzondere diensten, niet / 200, maar slechts f100 ‘
_ jaarlijks zullen ontvangen boven het traktement voor hunnen rang vastgesteld , j
j wanneer zij de gewone dienst bij het korps verrigten. Of wel zou voor deze
otlicieren de fijne onderscheiding gemaakt zijn, dat zij een vast verhoogd trak­
tement genieten , en hun inkomen niet, zooals bij de hierboven vermelde eate­
j gorie van luitenants, uit traktement en toelage bestaat?
Wij mogen dus niet ontveinzen dat de maatstaf, bij de nieuwe regeling der j
lnitenants­traktementen gevolgd , voor alle daarbij betrokken oliicieren niet even
gunstig is , en dat alzoo de toepassing van een beginsel ’t welk slechts aan een
gedeelte - al is dit dan ook verreweg het grootste gedeelte -­ der luitenants .
voorregten toekent, geene onvoorwaardelijke goedkeuring verdient. J
Ook wat de traktementen der luitenants van den generale:1 staf, de kavallerie
l en de bereden artillerie betreft, is het meer dan waarschijnlijk dat het zui­ 1
l nigheidsbeginsel , een al te overwegenden invloed heeft gehad op het besluit
j dat die traktementen onveranderd zullen blijven; denkelijk is dat besluit ge-
A l