HomeEen woord over het achtste hoofdstuk der staatsbegrootingPagina 12

JPEG (Deze pagina), 1.00 MB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

l
iii
doch helaas te vergeefs, wordt gehamerd, we zouden nogmaals gewaagd
hebben onze stem tegen den geheel ongenoegzamen diensttijd der milieiens te
verlielfen. Men moet haast onbekend zijn met de oefeningen van het leger,
men moet nimmer onze lotelingen van de troepen te voet naar hunne haard·­
steden hebben zien vertrekken, om zich iets wezenlijks voor te stellen van die
vijfmaandelijksche oefening , en om in die mannen de tegenstanders der Fran-
sche Zouaven of der Engelsehe Coldstreams te zien. En wat de oefening van
het leger in het algemeen betreft, deze is onmogelijk - wij wezen er hier-
boven reeds op - zoolang ons kleine leger over zoo vele garnizoenen versnip-
perd wordt en de soldaat een aanzienlijk gedeelte van zijn diensttijd in de wacht-
kamer en het sehilderhuis doorbrengt.
[let vereenigen van eenige duizend man in het kamp te Milligen komt. in
E dien gebrekkigen toestand, hoe weinig dan ook, toch eenigzins te gemoet; maar
g wij vertellen niets nieuws wanneer wij de opmerking neérschrijven dat eene ­
i groote fout, welke de oel'eningen te Milligen aankleeft, zijn oorsprong vindt
i in de afwezigheid aldaar van vesting-artillerie en genie-troepen, die, verre ,
van het hoofdwapen en van elkander verwijderd, te Waalsdorp en te Zeist
hunne ­- voor den artillerist althans - gebrekkige praktische vorming moeten
. ontvangen , waardoor onze infanterie te Milligen steeds vreemd blijft aan de
meeste dier handelingen , waaruit. het verdedigen onzer liniën en onderwater-
zettingen hoofdzakelijk zal bestaan, en waarin zij alleen vertrouwd zou kunnen ·
geraken door gemeenschappelijke oel'eningen met de beide genoemde troepen-
j soorten, wier vorming daardoor, gelijk van zelf spreekt, ook ten zeerste zou ,
worden gebaat. ‘
Zonderling mag het wel genoemd worden dat, terwijl bijna zonder uitzon-
t dering bi_j ons duizenden en duizenden worden besteed voor het materieel, ten
· allen t.ijde eene schier ongeloofelijke zuinigheid in acht genomen wordt bij alle uit-
t gaven , die betrekking hebben op de oefening van het personeel. Daarmede willen
wij niet uitdrukken dat de uitgaven voor het materieel noodeloos of in tijden van '
. gevaar niet rentegevend kunnen of zullen wezen, maar alleen wensehen wij de
slechte verhouding te doen uitkomen tusschen de gelden daarvoor uitgetrokken en «
t die welke de intellectuele ontwikkeling, de levende kracht van het leger, moeten in
de hand werken. Stond het bijv. niet in de begroeting voor het volgend jaar te j
lezen, men zou het naauwelijks gelooven, dat voor praktische artillerie- oefeningen, '
met alles wat daartoe behoort, voor het geheele wapen, niet meer dan f!t00t)
j worden uitgetrokken. Dat die oefeningen, uithoofde van gebrek aan geld, wer- `
kelijk veel te wensehen moeten overlaten, zal voor een ieder duidelük zijn. Dat l
men overigens in het leger bonne cltère ot bon marche kan maken, mag blüken t
uit den volgenden post, dien wij, om ons tot een enkel voorbeeld te bepalen, j
uit de begroeting van het regement veld­artillerie afschrijven llij luidt.; » voor `
» het militair onderwijs: kosten voor het lager onderwijs, opleiding der aspi-
wanten dingende naar den graad van onderollieier, gymnastische oefeningen,
>~zang­ en toonkunst, mitsgaders aankoop van boeken voor de bibliotheek . .... ‘
af 775,0t)". Wanneer men nu in aanmerking neemt dat het regement veld- t ,
l
>
‘ V- Y A/TL` `;~ ’ ` _ _ ~*-" _P4^ , jj