HomeEen woord over het achtste hoofdstuk der staatsbegrootingPagina 10

JPEG (Deze pagina), 1.01 MB

TIFF (Deze pagina), 8.14 MB

PDF (Volledig document), 13.22 MB

t
l
l
T 8
het voordragen van herstellingen aan oude kazernen af l.e vragen, of ze de
daaraan te besteden gelden waard zijn, ware het misschien wel zoo logisch
zich af te vragen, of de plaats zelve, waar zoodanige soldatenverblijven gelegen
zijn , wel waarde hebben als garnizoensplaats. Dan zou welligt menige plaats
` verlaten worden, waar het garnizoen quasi noodig is, om diensten te ver- -
rigten, die elders door· fortwaehters, geheel ten genoege, worden waargeno-
men; dan zou misschien een streven ontstaan tot het zamentrekken van het
gansche leger in een bet.rekkelijk klein aantal garnizoensplaatsen.
. Wij voor ons zijn warme voorstanders van groote garnizoenen, zamengesteld
· uit de drie wapens en , zoo mogelijk , onder het bevel van een generaal, die
' de t.roepen in persoon zou kunnen doen manoeuvreren, en op deze wijze, in
` tegenstelling met hetgeen thans plaats heeft , een bevel zou voeren , overeen-
` komende met zijn rang en zijne waardigheid. Groote garnizoenen hebben niet
alleen een gunstigen invloed op de oefening van den troep, maar zij maken
j den soldaat ook veel meer militair; de verschillende wapens leeren elkaar
. kennen en waarderen en het moreel van allen wordt daardoor in hooge mate
`J opgewekt. En wat de handhaving der inwendige rust betreft, zoo die al heel
enkele malen in ons vrij en gezegend vaderland voor een oogenblik gestoord
4 wordt, hebben wij dan geen telegrafen, geen spoorwegen om de troepen in
een oogwenk naar het verlangde punt over te brengen?
l Is aan de kazernering veel te doen, ook de voltooijing van ons defensie-
ll stelsel eiseht nog belangrijke werken. Men kan dus niet anders dan met ge- l'
j noegen uit deze begroeting zien dat de voltooijing van de Grebbe­linie en de
1 verbetering der Ulrecbtsche linie ons krijgsbestuur ernstig bezig houden. Wij
l drukken den wenseh uit dat op dien weg met volbardenden ijver en, laten we
er vooral bijvoegen, met grooten spoed worde voortgegaan; en wat meer in
het bijzonder de Utrechtsehe linie betreft, hopen we dat de verbeteringen aldaar
zich niet zullen bepalen tot de drie nieuwe forten, op de Houtensehe vlakte
aan te leggen , maar dat ook forten als Ilonswijk, Everdingen, Asperen, Vuren, XI
enz. die verbeteringen zullen ondergaan , welke noodig zijn geworden door de
daarin geplaatste, grootcndeels nog ongedekte torens, waarvan, zoo als een
ieder bekend is, de verdediger meer last dan genoegen zal hebben. Vat de
drie zoo even bedoelde forten op de Iloutensche vlakte betreft, zijn we wel onder-
rigt, dan zijn deze ditmaal niet door eene commissie van stafollicieren ontwor-
pen, gelijk met een aantal verdedigingswerken plaats had onder een vorig
minister, maar is het trace dier werken, op last des ministers, door een onzer
meest uitstekende genie-ollieieren bepaald. De nieuwe forten zullen volmaakt
op de hoogte zijn van den hedendaagsehen stand der wetenschap, ­­ werken
met veel binnenruimte, flinke reduits en eigen, zoowel als onderling flan-
kement.
Geen enkel onderdeel van onze landsverdediging is echter meer verwaarloosd dan
die van onze kusten en zeegaten. De regering, zich ten volle van dien betreu-
renswaardigen toestand bewust zijnde, werd in Junij van het vorige jaar eene
commissie benoemd, om te herzien wat omtrent de kustdefensie is vastgesteld.
ti
’ ·.