HomeMilitaire pensioenenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 878.18 KB

TIFF (Deze pagina), 8.74 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

l
l 7
j uitdrukkelijk vastgesteld, dat de meer favorabele bepalingen ,
daarin voorkomende, niet zouden terugwerken voor vroeger ge-
j pensionneerden "
i Daargelaten dat de vergelijking tusschen gepensionneerde bur-
l gerlijke en militaire ambtenaren niet opgaat, ’t geen trouwens
door den heer Dn Casnneaoor dadelijk in het licht werd ge-
l steld, en waartoe een nog krachtiger argument dan de door hem
aangevoerde dienen kon ­ wat ik in den loop van mijn brief
gelegenheid zal hebben in het licht te stellen ­- valt het niet
te ontkennen, dat de Regeering, eerst door het eearteeren van
{ elke terugwerkende kracht, daarna door de verklaring dat het
j wetsontwerp geen verhooging van pensioen in het belang der
l officieren zelven, maar behartiging van Staatszorg en Staatsbe-
lang bedoelde, in het geven van een prikkel voor de toekomst;
vervolgens, door, na het amendement der Commissie van rap-
l porteurs, waarbij het beginsel van terugwerkende kracht voor
j hen die sedert 1873 in lndie gediend hadden gehuldigd werd,
l den wensch te uiten voor terugwerking voor allen die vroeger
in Indië hadden gediend; en eindelijk door haar, hierboven
reeds genoemd, antwoord aan den heer JoNckBLonr, ­- wel
eenige aanleiding gar" tot de verwarring, die door U Hooglädel-
j gestrenge gevreesd werd.
' Maar de vraag , of de zorg voor reeds gepensionneerde officieren
j een Staatszorg behoort te wezen, of zij een Staatsbelang en een
l recht dier gepensionneerden is, zooals de heer De Cixsmreaoor
meermalen betuigde, maakte hoegenaamd geen punt van be-
raadslaging uit: de Minister van Oorlog, Generaal Bremen, achtte _
haar wel een Staatsbelang, doch geen recht; de Kamer scheen
hieromtrent geene besliste opinie te hebben, geen harer leden
pi althans liet zich daarover uit, behalve, zooals ik de eer had
reeds op te merken, de heeren Dn CAsunenoo’r en JoNckBr,ou·r ,