HomeMilitaire pensioenenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 788.66 KB

TIFF (Deze pagina), 8.74 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

1
I
lr 1
G r
j F
j Of deze woorden uit de ,,Perlen" van Adolf Ebeling inder­ ,
daad eenigen weerklank vonden, zou ik niet durven beweren ;
maar gaarne vestig ik nogeens de aandacht van UHEG. op de
j woorden, waarmede de heer Dit Casnneuoor het door UHEG.
l gesprokene beantwoordde: ,,llet ligt in den geest des tijds dat l
een geacht industrieel meer gehoor heeft dan een oud­militair
j in militaire zaken." En wanneer ik voor de reehten van andere
1 oude militairen opkoni , dan kan daarbij geen sprake zijn van
,, toasten of van goedhartigheid , maar alleen van plicht als volks-
i vertegenwoordiger" gaf hij te verstaan.
Zie, dat was een hartelijk, dat was een goed woord! Maar {
(11O YGCl1l](311, l11ZL{Ll` OVCD €l2L11gG1'OCI'd, glllgêll OI)11lGllVV 111 C1€ VGT- j
dere beraadslaging verloren.
Ook door den heer JoNo1<B1,on'r werd gezegd, dat van recázfcvz
ï geen sprake kon zijn, en ter versterking van deze bewering , die
1 door hein geenszins gestaafd werd - waartoe toch de Minister l
j van Oorlog in zijne repliek uitlokte, door te verklaren , dat door §
hem nioeielijk zou kunnen worden bewezen dat ’s Rijks belang i
hier niet in het spel was - werd door dien afgevaardigde een
beroep gedaan op het advies van den Minister van Binnenlandsche
Zaken, de heer HEEMSKERK, in 1875 gegeven bij de behandeling
l van de wuziging der wet op de militaire pensioenen der Zee- l
macht, aldus luidende; 1
4 ,,1*1et pensioen moet naar zuivere beginselen van Staatsbestuur j
gGGllG gllllSl] Zljllg CD. HIGH zet (16 dGl`l1` VOOI` QUDSJCGIJ OPGH, i
j wanneer men aan hen, wier pensioen reeds bij hun eervol ont-
{ slag volgens de toen bestaande wet geregeld is, naderhand nog
E eene verhooging toekent."
,,1k moet ook herinneren, dat de Kamer aan het beginsel,
dat ik zoo vrij ben aan te prijzen, getrouw is gebleven bij de si
lr regeling der burgerlijke pensioenen. ln de wet van 1873 is E
jl
l
l
le l
l