HomeMilitaire pensioenenPagina 22

JPEG (Deze pagina), 770.88 KB

TIFF (Deze pagina), 8.69 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

ll 20 ~·
l tien veldtocliten te hebben medegemaakt, zooals bij de Romeinen
bepaald Was.
Nu dit niet het geval is, kan het toekennen van zulk eene
betrekking niet anders worden beschouwd dan als eene belooning
voor trouwen militairen dienst, en dit kan den Staat, die aldus
handelt, niet anders dan tot eer strekken. Maar geeft de Staat
het uitzicht op die betrekkingen, en ook dezen, alleen als doel,
j om het middel - hier, het verkrijgen van vrijwilligers - te
j bereiken, dan zult UHEG. die leer met mij zekerlijk afkeuren?
j Het beste middel om vrijwilligers, d. i. tevens stof voor mindere
kaders, te verkrijgen, bestaat, zooals ook het Belgische Comité- ,
generaal der gepensionneerde officieren in zijn Adres van 1876
opmerkte, niet in het toekennen van burgerlijke betrekkingen,
maar in billijke verzorging van oud-gedienden. _
l Daar bovenvermelde bepaling omtrent burgerlijke betrekkingen D
evenzeer geldt voor hen die vóór, als voor hen die na de in-
l, werkingtreding der Wet van"lS77 gediend hebben, zoo wensch
‘ ' ik alsnu te constateercn, dat de Staat in dien zin derhalve voor
de mindere militairen gezorgd heeft.
j De kader­quaestie heeft den Staat reeds sedert eenige jaren
op maatregelen van dezelfde strekking doen bedacht zijn, om
voor het mindere kader te zorgen. Die maatregelen werden
pg reeds meermalen door achtereenvolgende regeeringen aangekon-
D dig d. Vllellicht zal het der tegenwoordige regeering gegeven zijn , `
j voorstellen dienaangaande te doen aannemen.
l Ik zou hier de vraag ivenschen te doen ­- en UHEG. zult _
j die vraag wel willen billijken? ­: ,, Zal het oflicierskader worden
j vergeten ?"
. Bemoedigend is het vooruitzicht niet, want behalve dat noch
l de Regeering, noch de Volksvertegenwoordiging zich immer in
dien geest uitliet; behalve dat de Departementen van algemeen
I
l
l