HomeMilitaire pensioenenPagina 19

JPEG (Deze pagina), 869.25 KB

TIFF (Deze pagina), 8.71 MB

PDF (Volledig document), 19.97 MB

i · 17
beginsel is bij de herziening in 1877 van de wet van 1851 niet
consequent in het oog gehouden geworden.
Om dit aan te toonen, verzoek ik nog een oogenblik de aan-
dacht van Ul·1oogEdelgestrenge.
ln de Wet van 29 Mei 1877 is een artikel 25"‘S ingelascht,
inhoudende de bepaling, dat gepensionneerden beneden den rang
van officier, ontslagen na de afkondiging der wet, in tijden van
oorlog of gevaar kunnen worden opgeroepen, om, na daartoe
geschikt te zijn bevonden, weder in dienst gesteld te worden.
Dit artikel werd in de zitting van 27 April t. v. zonder be-
. raadslaging en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd VV aar-
om.? Omdat het Staatsbelang dit eischte. Met welk doel? Met
geen ander doel, dan om nog eens de hand te kunnen leggen
op hen, wier hulp de Staat noodig kan hebben; ,,o1n van hen
te halen, wat er van te halen is ", als ik het zoo eens noemen
mag. Met het oog op de verplichtingen, die de 1Vet dezen ge-
pensionneerden oplegt, mag men aannemen, dat het bedrag der
pensioenen hiermede overeenstemmend verhoogd is geworden.
1 Voor gepensionneerde oflicieren geldt gelijke bepaling. Maar
voor hen bestond zij reeds in de WVet van Augustus 1851.
Ofschoon de verplichtingen, die de gepensionneerde officier,
i volgens de artikels 413 en 4141 dier wet, tegenover het krijgsbestuur
behoudt, niet nader geregeld zijn - opnieuw een blijk, hoe raad-
zaam het geweest ware, om de geheele wet van 1851 , regelende
de bevordering, het ontslag en het op pensioen stellen der mili-
taire ofhcieren van de Landmacht, gelijktijdig te herzien, zooals ,
de Generaal VAN Dna Seiinricek verklaarde te wenschen - zoo
is het duidelijk, en er zijn , naar ik ineen, geene andere beweeg-
redenen aan te voeren, dat die officier is; reserve-ojfcicr. Zulke
officieren heeft de Staat broodnoodig, en zoolang er geen andere