HomeHet gewijzigde wetsontwerp ter regeling van de opleiding en de bevordering der officieren van den generalen stafPagina 9

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.72 MB

PDF (Volledig document), 15.63 MB

"”`°`”'”""""` «""" V Y """""' ·"·­-ä•·|·¢" W` ' ·¥¥·¥··*"·•-­­-­-­­"rYY' "·"""‘”“"*‘ ~~1·"""­1·£.l.,>~­L­ï;.»·­·­«.ZA...IIQ.ï:»;;3lL.I.»,i;«. ...,,,....’...,..L.;.,,.. 1 .. ' "" ___’;_ _
_ T
l
onmiddellgk daarbg, dat ze verdiend moet zijn door meerdere kennis en ge-
schiktheid. Dit nu was tot heden lang niet het geval. Ook de generale
staf telt zgne middelmatigheden. Overplaatsingen en benoemingen bg dit
N dienstvak zijn geschied, die moeilijk te verantwoorden zgn. Geef gunsten en
voorrechten. Goed. Maar schenk niet onverdiend weg. En mocht, wat
eigenlijk nooit gebeuren mag, een belooning ten onrechte zijn uitgereikt en
' werden personen bg den generalen staf gebracht, die noch om hun kennis,
_ noch om hun geschiktheid daarbij behooren, of wel die later blgken gaven
dat het over hen gekoesterde gunstige oordeel misplaatst is geweest, dan
mag de gemaakte fout niet verder worden gedragen. Het mag geen regel
t zgn, dat wie eenmaal stafofiicier werd, stafofiicier bigft, ook dan wanneer
de gegevens daartoe gevorderd, later blgken te ontbreken of verloren te zijn
gegaan. De voorgestelde wet schgnt, door haar zwggen aangaande deze
l belangrijke aangelegenheid, dien regel te willen bestendigen.
Laat ons een voorbeeld nemen: Een 1ste luitenant verwerft het radicaal
j voor den stafdienst. Hg doorliep daartoe de Krijgsschool en werd door de hier-
9 bovenbedoelde Krggsschool-commissie en door den Raad van inspecteurs waardig
_ gekeurd voor den stafdienst. Heeft hg aan de bepaling voor rangsverhooging
voldaan, die art. 1 van de wet van 9.8 Aug. 1851 voorschrgft, dus gedurende
minstens 8 jaren als luitenant gediend, dan kan hg bij den generalen staf
worden overgeplaatst, doch moet daarbg, omdat de staf geen luitenants telt,
tot kapitein worden bevorderd. Nemen we aan dat die bevordering en
plaatsing is geschied, en dat de officier in de diensten, die hg verrichten
_ moet, tegenvalt ­ dat hem b.v. wel niet de gewenschte kennis, maar de
noodige gver ontbreekt- dan ligt een terugbrengen naar het wapen, waar-
van hg afkomstig is voor de hand. Hij keert tot dat wapen terug en neemt
daarin plaats boven zijn tijdgenooten niet alleen, maar blgft het radicaal
j behouden om later weer bg den staf te worden overgeplaatst. Hierdoor
ontstaan moeilgklieden. Zal nu b.v. voor zoodanig oflicier het verderfelgke
beginsel van kracht blgven, dat lig door zijn tijdgenooten niet mag worden
voorbggaan'? Zal hij, wanneer deze in rang opklinnnen , in die rangsverhooging j
worden meegesleept? In dit opzicht geeft de wet geen volledig uitsluitsel.
Of zou in het hiervorenbedoeld geval art. /16 van toepassing gemaakt kun-
nen worden, waarin bepaald wordt dat de geschiktheid voor een benoeming
tot officier van den generalen staf geacht wordt niet verloren te zgn gegaan,
dan naar aanleiding van een door den Raad van inspecteurs uitgebracht en
met redenen omkleed verslag? Maar dan behoort ook de redactie van dat
artikel te worden gewijzigd en nader te worden omschreven, op welke wijze i
, zoodanig officier aan de beoordeeling van dien Raad wordt onderworpen.
Na hetgeen we hierboven over de tegenwoordige samenstelling van den
generalen staf hebben gezegd, zal het geen bevreemding wekken wanneer
hier de verklaring van weinige ingenomenlieid volgt met de overgangsbepaling
Y van dit gewgzigde ontwerp, dat allen die thans bg den staf dienen of daarbij
1 .
K , J :‘·;ï:;’ W · ·.r¤L2;t:·ë="vï~··­T·¢=" ;""_;_ï` ‘ "" er ,.w···‘ =~ ‘“l