HomeHet gewijzigde wetsontwerp ter regeling van de opleiding en de bevordering der officieren van den generalen stafPagina 4

JPEG (Deze pagina), 959.89 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 15.63 MB

l
, E
2
vens moeten worden toegekend voor de vervulling van sommige betrekkingen c
in het leger. I
De officieren die deze dubbele zeef zün doorgegaan en geschikt worden be- i
vonden, ontvangen een plaatsing bij den generalen staf, na vooraf gedurende Q
een of twee jaar onder de bevelen van den Chef van dien staf werkzaam te l
zijn geweest, om met de eigenaardige verrichtingen van dit dienstvak. be-
kend te geraken. Bij gemis aan vacatures blijven zij bij het wapen waarvan l`
zg afkomstig zijn, en worden daarbij gerekend te behooren tot dat è ge- X
deelte, waarvan art. 5 van de wet van 28 Aug. 1851 (Smmfsbldd n°. 128)
op de bevordering, het ontslag en de pensionneering der militaire officieren "
van de landmacht spreekt, nl. tot dat gedeelte, dat bij keuze kan worden
I bevorderd.
Verder stelt het wetsontwerp vast, dat de kapiteins en hoofdofficieren van
I den generalen staf niet alleen bij liet wapen waarvan zij afkomstig zijn, I
1 maar ook bij een der overige wapens van het leger of bij het korps der
militaire intendanten kunnen worden overgeplaatst. Bepalingen omtrent over- I
I plaatsing zijn noodig, omdat de wet voorschrijft, dat in vredestijd geen kapi-
tein van den generalen staf den majoorsrang kan bereiken, of lin moet gedu- I .
I rende minstens één jaar een compagnie, eskadron of batterij hebben gecom-
mandeerd. Evenmin kan een luitenant­kolonel van dien staf den kolonels- I
i rang halen, of hij moet als majoor; of luitenant-kolonel minstens eenjaar lang [
actieven dienst bij den troep hebben gedaan? » I
Omtrent de bevordering wordt door de wet aan de ofücieren van den gene-
ralen staf de waarborg verstrekt dat zij , mits voldoende aan de bepalingen I
omtrent den diensttüd, niet kunnen worden voorbijgegaan door jongere ofli-
eieren van het wapen waarvan zij afkomstig zijn.
Zoolang de Krijgsschool niet in voldoende mate in de behoefte van den l
generalen staf kan voorzien, zullen voor de hierbü voorkomende vacatures de
meest geschikte officieren van het leger in aanmerking worden gebracht, ti,
terwijl alle officieren, die op het tndstip van het in werking treden van de
aangeboden wet bij den generalen stat dienen, of vroeger daarbü gediend
hebben, alsook zij, die in het bezit zijn van het brevet, dat ingevolge het ii
Koninklijk Besluit van 14 Maart 1878 werd uitgereikt, gerekend zullen worden .
de gegevens voor den stafdienst te bezitten.
In tegenstelling met de oorspronkelijke wetsvoordraclit van den Minister
nn Roo vas Annnnwnniïtr wordt in het gewijzigd ontwerp ook de Krijgs-
school bij de wet zelf geregeld, en de bepaling daaromtrent gelicht uit de
wet van 30 Mei 1877 (Sï(LC¢?5$Z)lCté[ n". 141) op de Koninklijke Militaire Aca­
, demie. De vakken waarin onderwns zal worden gegeven worden genoemd en
de duur van den cursus is vastgesteld op 3 jaren voor de algemeene krügs­
I kundige studien, en op 2 jaren voor het intendance-onderwijs. Voor eerst- li
I bedoelden cursus kunnen jaarlijks hoogstens 10, voor laatstbedoelden uiterlük
8 officieren worden toegelaten. Bovendien kan de krijgsscliool nog voor een
..· ' j
\· ­,«)«:~- nd. - v,...._.»­ . ­ Jkmr wh fYfAf,..«­­-•­...· ·~ c • ~ A ’ ULM V);7 `.,‘:r,____,