HomeHet gewijzigde wetsontwerp ter regeling van de opleiding en de bevordering der officieren van den generalen stafPagina 11

JPEG (Deze pagina), 0.98 MB

TIFF (Deze pagina), 7.73 MB

PDF (Volledig document), 15.63 MB

L;,.L$;h,‘,,,____ ____._..,_ï,_;.:_t1.;=g.;,...­_. ­_.__:1..g­­ »»·t».­_·__g.Z:g;&¢­:;i•;'-T ­ ­=·l`Z‘->··­=_`" ­g·»- · ~” 4- *9-*; ­­ ·· Vl-I`i‘”£'·i`i 2-* ‘ · Y l
`
l
9 .
` Evenzeer komen wg op tegen de bepaling in art. 21 vervat, dat de oili-
cieren van den generalen staf ook bg een der wapens kunnen worden over-
geplaatst, waarbg zg niet hebben behoord. Het Voorloopig Verslag van de
Tweede Kamer der Staten­Generaal betreffende de gewgzigde stafwet is ons
met deze opmerking voor geweest. Een zoodanige bepaling kan aanleiding
worden tot nog grover aehterstelling van de verdienstelijke officieren, die niet k
bg den generalen staf dienen en, in de handen van een onvoorzichtig minister,
tot bederf van den geest van het leger leiden. Want men vergete niet, dat
vele goede elementen der verschillende wapens door de overige bepalingen `
van de stafwet in ongunstige verhoudingen zijn geplaatst. Denken we ons i ._
om dat goed te beseffen de toekomst in. Verplaatsen we ons een 20-tal jaren i
verder. Wij kunnen dan een 200 ofïicieren bezitten die het radicaal voor den
generalen staf hebben, en zullen de hoogere rangen bij de verschillende wapens
bgna geheel door die officieren bezet vinden. Al was het alleen maar als
een gevolg van de beperkte toelating tot de Krggsschool, zullen velen zich in
hun verwachtingen voor de toekomst bedrogen vinden, en dus door om- ‘
gi standigheden, die zg niet vermochten te keeren en ten hunnen opzichte
ongunstig waren, de hoogere rangen voor hen afgesloten zien. A
Is het ons gelukt onze overtuiging op den lezer over te dragen, dat de
voorgestelde wet de belangen van alle deelen van het leger niet naar den- J
l zelfden maatstaf behartigt, dan zal te gelgkertgd de noodzakelijkheid worden T
gevoeld, aan die wet zoodanige wgzjging te brengen dat elke ongelgkheid bg
y gelijkheid van verdiensten worde opgeheven. Dit nu kan moeilijk geschieden Z
door verandering van de stafwet alleen, maar dient daarbg de wet op de
ï bevordering, het ontslag en het op pensioen stellen der militaire officieren ä
l bg de landmacht te worden herzien. Deze herziening is bovendien de ratio- i
i neele weg dien de minister had behooren in te slaan. Ware die weg be-
treden, dan zouden bg de partieele regeling van den generalen staf, algemeene
3.. belangen niet door bgzondere overschaduwd zgn geworden. Bovendien zou
uit de stafwet kunnen worden gelicht, al wat op bevordering en verplaatsingen A
van officieren van en naar den generalen staf betrekking heeft om te worden
overgebracht waar het eigenlijk behoort te zgn, namelijk naar de in *1855
reeds gewgzigde, doch met onze tegenwoordige toestanden alsnog wijziging
behoevende wet van_2S Aug. *1851 op de bevordering, het ontslag en het
pensioen. Op deze wgze zou tevens het bewijs zijn geleverd, dat de kinderen
uit een zelfde huisgezin met gelijke liefde worden bejegend en de aanleiding
tot het verwgt zgn weggenomen, dat nu uitsluitend aan den generalen staf
met voorbggang en zelfs ten koste van alle andere wapens is gedacht.
Het is in den laatsten tijd bg ons leger gewoonte geworden zich, als voor-
beelden ter navolging, bg voorkeur te beroepen op toestanden zooals die in
het Duitsche leger worden aangetroffen. Vooral met betrekking tot onzen
generalen staf is dit beroep veelvuldig gehoord kunnen worden. In dit op-
<
J
' iig? W `T "?ïïY",> _. Y .r.. .·’1;j;;:"` gj-^" i, ’ ;,.;:£­ïï§ï "-""" §`ï’"?"*"‘°`" ; `"`”` 1., e gg art Vi