HomeIets over het daarstellen van een wenschelijk verband tusschen het leger in Nederland en dat in Nederlandsch IndiëPagina 6

JPEG (Deze pagina), 947.79 KB

TIFF (Deze pagina), 8.11 MB

PDF (Volledig document), 15.78 MB

U /-j*•·$­§5»J-«~­ï­¥Yg•Z‘g·:-¥·-•·?i­rï­·­». ~[.Y'.f aï _ «' , at .;;.>_,;,,.:; ._ w`;~ _-~Y,­«;­__j- _; _.­:::;;;;-l`;;’€_A’;ï;«~,:Y»`;ï;LF_`;`.;;r­_A*;;`;”;:ï,;; _ h -1;*,* NN fun g xx ng
l
te
jg
4
t
dat het behoud van het moederland toeh wel vóór dat der koloniën dient j
gewaarborgtl te wezen, en zulks voor een goed deel aan het Nederlandsche ïi
leger toevertrouwd zijnde, dit dan ook in de eerste plaats in stand en in
goeden staat moet worden gehouden.
Niemand kan meer dan wij doordrongen zijn van het hooge gewigt om het
indische leger op eene doeltreffende wijze aan te vullen , te vermeerderen
en te versterken; niemand kan meer bewondering en eerbied koesteren voor
een leger aan Weiks vatten zulke ltelclltaftige en t‘0€mt‘ijke herinneringen ver-
i honden zijn ; maar wij zullen daarom niet minderluide onze alkenrende stem
R verheffen, als in de behoeften van dat leger, op den duur, ten koste van het
Nederlandsche moest voorzien worden; waarvan eene geheele uitputting W
weldra het gevolg zonde zijn, even als wij ieder voorstel bestrijden zullen, i
` dat de strekking heeft., om onze Indische krijgsmagt. te ondersteunen en te
` versterken met opoffering der beste kracht.en van het leger, dat ieder oogen- li
blik kan geroepen worden, om den vaderlandschen grond te verdedigen.
V’i_j hebben in deze oppervlakkige schets de volgende beginselen zooveel
mogelijk voor oogen gehouden: vooreerst, dat het goed is, dat er niet alleen ij
eene ruime toepassing gegeven worde aan de Art. 58 , 59 en l78 (1) van onze
r Grondwet, maar dat zij in hun onderling verband strekken moeten t.ot de
daarstelling van eene betere verhouding tusschen de beide legers van den j
j staat., en dat men, om dat doel te bereiken, van een vast beginsel moet _.
l uitgaan, zonder zich te bepalen tot het nemen van maatregelen die alleen
r door den drang der omstandigheden of de behoeften van het oogenblik ver-
eisoht. worden; ten andere, dat de koloniën regtstreeks productief moeten T
zijn voor het moederland, en het zoo dikwerf en op zulke verschillende wijzen J.
besproken batig slot, de bron behoort te wezen, waaruit de mogelijkheid
voortvloeit om het Nederlandsch leger in alles de pépinière te doen zijn voor het
Indische; eindelijk, dat de Tweede Kamer der Staten-Generaal de bevoegd~ ij
heid niet overschrijde , haar door de Grondwet toegekend, ten opzigte van
hare inmenging in koloniale zaken.
Men mag nimmer vergeten, dat het attt.oeratiselie bestuur in die gewesten
nitslnitentl te huis behoort, en krachtig gehandhaafd moet worden, wil
tij Art. 58. De Koning heeft het oppergezag over zee- en landinagt.
ii 59. De Koning heeft het opperbestnur der koloniën en bezittingen van het rijk
in andere werelddeelen.
:·> ITB. De Koning zorgt, dat er ten allen tijde eene toereikende zee·· en landmagt
ondeihonden worde; aangeworven uit vrijvvilligers, hetzij inboorlingen of
vreemdelingen , om de dienen in of buiten Europa. naar de omstandig-
heden. i
t
Fl
i