HomeIets over het daarstellen van een wenschelijk verband tusschen het leger in Nederland en dat in Nederlandsch IndiëPagina 4

JPEG (Deze pagina), 972.75 KB

TIFF (Deze pagina), 8.16 MB

PDF (Volledig document), 15.78 MB

die bezwaren onoverkomelijk, vóór het duidelijk blijkt, dat de hinder-
nissen onoverwiunelijk zi_jn. - Het Indische leger toch, heeft voortdurend
behoefte aan versterking, aanvulling van vrijwilligers, kaders, enz. , en
in die behoefte moet door het moederland worden voorzien. Dit kan ter
naanwernood in gewone omstandigheden geschieden; gaat men nu na, hoe
hoog die behoeften bij buitengewone omstandigheden kunnen klimmen, van
welk een overwegend belang het kan zijn, in een gevvenscbt oogenblik,
ons Indisch leger op de spoedigste en doeltreffendste wijze krachtig en
voldoende te versterken, dan wordt het duidelijk, waarom wij zoo ge- j
_ stadig aandringen, op het ten allen tgde beschikbaar en in goeden staat je
houden van zee- en landmagt. Dat naauwer verband kan op beide legers i
gunstig werken, en ook op de verdediging van het moederland welligt een-
~‘ maal den gelukkigsten invloed uitoefenen?
Toen reeds was het ons voornemen hier later op terug te komen.
lntusschen verschenen de volgende brochures:
Nederland en het leger; wat het is, en wat het zgn kan; of besclt0n­
wingen , ltannende dienen by de behandeling door onze Kanters van eene
wet op de legerorganisatie.
Een woord over de vereeniging van het leger in Nederland met dat in ‘l
Nederlandsch-Indië door C. P. A. Baron oe Skins.
Is eene oereeniging der beide Nederlandse/te legers in het belang van het
land? door W. A. van Rees;
j welke twee laatsten, meer opzettelijk de voor- en nadeelen van eene
‘ vereeniging der beide legers behandelen, terwijl de eerste in eenige beschou-
wingen treedt om tot een inniger verband tusschen hen te geraken. Q
Volgens onze bescheiden meening, is het juist dit meerder en beter ver~ ‘
band en geen regtstreekscbe vereeniging ’t welk men moet trachten te ver- {
krijgen, om met het oog op het belang der beide legers een doel te be-
reiken, dat, en voor het Indische, en voor het Nederlandsche goede vruch-
ten zoude kunnen dragen. ’
Vroeger reeds hebben wij het gezegd , hoe in eenen tijd , waarin onze
koloniale belangen op zoo verschillende, geheel uiteenloopende, dikwerf zoo
aebeevc of phantastische wijzen worden voorgedragen, en stemmen zich ver- j
heli'en welke beter gedaan hadden te zwijgen, er velen omtrent het toe- ’
komstig lot onzer koloniën zich door schoonschijnende redenen laten ver- li
blinden, terwijl anderen, door valsche voorstellingen en hartstogtelijke taal
verleid, zich die toekomst al te donker afschilderen. _
liet behoeft geen betoog, hoezeer men tegen zoovele verkeerde, soms onge-
rijmde voorstellingen van zaken en personen, tegen iedere overdrijving van jj