HomeIets over het daarstellen van een wenschelijk verband tusschen het leger in Nederland en dat in Nederlandsch IndiëPagina 14

JPEG (Deze pagina), 957.71 KB

TIFF (Deze pagina), 8.06 MB

PDF (Volledig document), 15.78 MB

j`
¥
geronseld, en wier laatste toevlugt het werfdepót is, om dikwijls zonder
eenige diensten te hebben gepresteerd , den staat de kosten van eene zeer W
t ‘ dure begrafenis in Indië te doen dragen, zijn elementen, waarop men in
hagchelijke oogenblikken of in de ure des gevaars zal mogen ofkunnen ver-
trouwen. Meerdere soldij , betere huisvesting en voeding of hooge hand-
gelden, kunnen middelen zijn om het. aantal vrijwilligers te doen toenemen ,
V een beter gehalte echter zal men er niet altijd door verkrijgen. Kon men
A er alzoo toe besluiten, den milieien het vrijwillig dienstnemen zoo gemak~
kelijk mogelük te maken, dan zoude o. i. ook de mogelijkheid bestaan, om ~
de reeds te veel gedunde gelederen en kaders van ons leger naar behooren
t. aan te vullen. En, dat ook zonder zoogenaamd zielverkooperswerk,zonder
j hoog opgedreven handgelden , er een aantal vrijwilligers uit het Neder-
landsehe leger , hun leven veil hebben, voor de verdediging onzer Indische
{ bezittingen, moge het jaar 1848 getuigen.
jl Terwijl gedurende verscheidene jaren, meer vreemde dan Nederlandsche
soldaten zich voor de dienst in Indië hadden aangeboden, vertrokken er
1 toen, als een gevolg der Balische expeditie , onder beding van slechts f10,00
l handgeld , van de 1915 aangeworvenen, 1565 Nederlandsche en slechts 550
j vreemde soldaten naar Java (1).
l Dat zoodauige contingenten ons reeds zoo arm leger al spoedig geheel
zouden uitputten , behoeft wel geen betoog bij ieder, die met de sterkte- .
l staten bekend is; maar als bij de reeds bestaande middelen van rekrutering
t en bij eene billijke tegemoetkoming van het Departement van Koloniën, voor
l ieder vrijwilliger die ons leger voor de dienst in Nederlandsch Indië ver--
li laat, de door ons aangewezene bron nog geopend mogt worden, zoo ver-
l 'trouwen wij dat de bestaande leemten binnen een betrekkelijk korten tüd
in het belang der beide legers voor een groot deel zouden worden aangevuld.
Vij zien menige wenkbraauw zich te zamen trekken, en hooren menige
stem met een bedenkelijk ltooldschudden zich verzetten tegen het voorstel
in bovenstaande regelen vervat. WVij hooren menig huisvader de woorden
van Mr. Cztnnt. Assen herhalen, als hij zegt (blz. 159, § 920 van het
N Nederlandsch burgerlijk wetboek, vergeleken met het wetboek NAPOLEON)! _
» dat de slotbepaling van Art. 574 van het Fransche wetboek, vermoedelijk 1
j (1) Zijn wij goed onderrigt , zoo beliep het aantal naar Indië vertrokken soldaten in: g
18!l5 , 289 Nederlandsche en 395 vreemde. j
l 1846, 542 it 682 » l
l 1847 , 597 » 779 »
l ln 1856, vertrokken meer dan 1000, in 1857, 1858 en 1859, meer dan 3000 ondt·r~ l
{ ollirieren en soldaten naar lndie. à
l I