HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 9

JPEG (Deze pagina), 884.50 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

A
N
l 7
E
ons, om een voldoend aantal bruikbare mannen voor onze defensie te
krijgen, niets anders over dan >>eene goede regeling en inrichting onzer
• aschutterij tot stand te brengen", maar daartoe moet dan ook spoedig
l .
en met alle kracht worden overgegaan, want >>het is eene zaak, waar-
E >>van de toekomst van Nederland kan afhangen; het is eene zaak die
i >>allen ter harte gaat, waaraan ook de minst beduidende zijne krachten
; >>kan wijden"; aldus schreef de hooggeachte generaal Knoop in ’tjaar
1863 in zi`n 0 stel etiteld >>Een woord over onze schtt‘ttert"’.
7
>·.
j Wij hebben eenmaal onze forten gebouwd en wij moeten nu ook
4 een voldoend aantal soldaten hebben om die te kunnen verdedigen. _
Thans zijn wij nog even ver als in de dagen van den generaal Dcten-
dels. Toen men dien generaal, met zijn helder verstand, de voortref-
l felijkheid van ons verdedigingsstelsel verklaarde, bleef hij op het punt
1
Q der >>inennekes" onbevredigd. Met zijn Geldersch accent vroeg hij
l . . .
l naar de >>onenne7+;es" die dat alles moesten verdedigen; en dat is nog
heden ten da e het ono geloste vraa stuk· waar moeten de onennekes
l D ’
f vandaan komen voor onze defensie en waarmede zullen wij de geleden ·
j verliezen aanvullen, die ontstaan zijn door ziekte en door het gevecht?
T En het verlies door ziekte is altijd nog oneindig grooter dan de ver-
, liezen die men in den strijd ondergaat.
I
l
g Zonder soldaten, zelfs zonder een votoloencl aantal geoefende en ge-
i cltsctpltneercle soldaten, heeft men niets aan al onze forten en inundatiën.
T Dat het gehalte der soldaten van veel meer belan ‘ is dan de ‘etal­
T al ë
Q sterkte, is eene algemeen erkende waarheid, die zoowel geldt voor de
1 , bezettingstroepen als voor het veldleger.
· , Door tal van schrijvers is aangetoond dat vele vestingen en forten
{ verloren gingen omdat zij door ongeoefende en ongedisciplineerde troe-
pen verdedigd werden. Als men dit weet, wie zal dan onze kostbare
` en sterke liniën durven toevertrouwen aan troepen als onze schutterij?

wertegenwoordiging wordt weinig gewicht gehecht aan grondwetsherziening. Toen in het voor-
ç »jaar van 1880 een lid der Tweede Kamer te Amsterdam moest gekozen worden,koos rnenden
" meer Tak van Poortvliet, als een uitnemend pleithezorger voor het kanaal door de geldersohe
j »·vallei. Eenige maanden later had te Amsterdam en te Rotterdam een verkiezing plaats. De
··heer Kappeyne. de banierdrager van grondwetsherziening en die te Amsterdam door den bur-
{ ·»gemeester krachtig werd gesteund, werd niet gekozen, maar wel de heeren Gleichman en
j won Rees, dus de twee Ministers, die in 1879 aan den Koning den raad gaven, om toen niet
l wvereenkomslig het verzoek van den heer Kappeyne tot grondwetslierziening over te gaan?
g (*) Zie Knoop, Krligs­ en geschiedkundige geschriiten.
l
l
j ,