HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 26

JPEG (Deze pagina), 846.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

24
` de gemeente. Bovendien heeft een gemeentebestuur zoovele en zoo-
. velerlei belangen te behartigen, dat de schutterij, die eigenlijk meer
. voor de belangen van het land dan voor die der gemeente is, zeer Qi
j stiefmoederlijk wordt behandeld. l
l
r -~----~~--«---W E
i ;
Hoewel het hoofddoel onzer beschouwingen is, aan te wijzen hoe
, men het noodige getal geoefende manschappen kan verkrijgen, zoo i
wenschen wij toch ook aan te geven hoe men het noodige getal ge- i.
schikte, d. i. bruikbare officieren kan bekomen om de schutterij naar
l eisch aan te voeren. Daartoe wenschen wij in ruime mate gebruik te ·
maken van de gepensioneerde officieren en aan elk daarvan de ver-
plichting op te leggen om, zoolang zij voor den dienst bij het bezet-
j , tingsleger of bij de reserve geschikt zijn, daarbij dienst te doen in tijd
Y . van oorlog. 1 '
J " Ter uitvoering van dezen maatregel kan men gebruik maken van gr
a · artikel 43 der wet tot regeling van de bevordering, het ontslag en het ‘
op pensioen stellen der officieren bij de landmacht, dat zegt: l
i ; >> behouden. Ons ivoor, de gepensioneerde officieren in tgclen
l >>vcln oorlog of gevclctr op te roepen, om, nd daartoe geschikt te zgn
lr >>Z2evonden, weder in dienst gesteld te worclen."
E ­_ Om ook in tijd van vrede die officieren aan den dienst der schutterij I
i te verbinden, zal men middelen moeten beramen.
Q Vooraf echter deze toelichting. Daar de dienst voor de bezettings-
g j troepen minder vermoeiend is dan voor het veldleger en eerstgenoem­ ’
g ` den in den regel beter verpleegd worden en minder ontbering onder-
vinden, kan men, zonder nadeel, daarvoor lichamelijk minder sterke
troepen gebruiken. Dit zelfde is waar voor de officieren; daarom kan
men in de vestingen en forten ook zeer goed gepensioneerde officieren
l gebruiken die, hoewel lichamelijk minder geschikt voor het veldleger.
T in vestingen en forten uitmuntende diensten kunnen bewijzen en zeker
t p verre te verkiezen zijn boven onze schutterij-officieren. Hoe de tegen-
2 L woordige officieren der schutterij, met hunne geringe militaire kennis,
Z hunne diensten in oorlogstijd kunnen vervullen, begrijpen wij niet. En *`
aan een hoofdofficier kunnen zulke gewichtige opdrachten te beurt val-
len, dat onwillekeurig de gedachte bij ons opkomt, of het wel raad- .
. l
` J
2