HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 18

JPEG (Deze pagina), 878.33 KB

TIFF (Deze pagina), 7.16 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

._ _ 16 .
wij: Volgens de Grondwet is de tijd voor eerste oefening, voor de
geheele militie, bepaald op 12 maanden en die voor herhalingsoefe- i
_ ning vastgesteld op niet Zanger dan Zmnaal zes weken, dat is te zamen
4 een oefeningstijd van 17 g maand.
Voor de herhalingsoefeningen worden de miliciens nooit viermaal
v gedurende zes weken opgeroepen, men maakt dus geen gebruik van
den geheelen oefeningstijd dien de Grondwet toestaat. Mocht het nu
1 werkelijk blijken dat onze miliciens niet voldoende geoefend zijn wan-
neer zij bij de schutterij overgaan, dan behoeft men de militiewet
slechts in haar geheel uit te voeren om dit bezwaar op te heffen.
Bovendien kan de Koning volgens de 2e alinea van art. 183 der
; Grondwet een deel der militie, dat voor eerste oefening onder de wa-
` penen is, langer doen samenblijven dan 12 maanden. Dit geschiedt
6 ook werkelijk. Artikel 123 der militiewet van 1861 laat toe, _ dat
i behalve de lichting die voor het eerst dient, steeds een zevende van het
_ geheele bedrag der vijf lichtingen onder de wapenen wordtl gehou-
‘ den; dat g gedeelte blijft ook werkelijk voor eerste oefening ruim j
16 maanden onder de wapenen. V
Om zeker te zijn dat men over alle dienstplichtigen zal kunnen
beschikken, moet bij het uitbreken van den oorlog, de militie, schut-
` terij en reserve zich terstond naar de haar aangewezen plaatsen begeven.
. Het velotteger bestaande uit militie en vrijwilligers moet opgesteld j
nl worden vóór de liniën.
V De bezettingstroepen bestaande uit de schutterij, de vestingartillerie,
a l de beschikbaar gebleven infanterie, en uit de drie vesting-compagnieën j.
Y van het bataljon mineurs en sappeurs, bezetten de vestingen en forten. --
t De reserve, bestaande uit de schutters van 30-35 jaar, zoude in
garnizoen moeten komen achter de liniën, doch bij voorkeur daar,
E waar men voor de kustverdediging er het meest partij van kan trekken. j
" De liniën dienen om aan het leger vrijheid van handelen te geven
ik en maken het mogelijk dat het daar kan optreden waar zulks voor de
i verdediging noodig wordt geacht.
; _ Het leger moet aanvankelijk vóór de liniën zijn om den opmarsch ä
I van het vijandelijk leger te verkennen en te vertragen. Is het echter
achter de liniën teruggetrokken, ook dan moet het vrij blijven in zijne " t
; bewegingen zoowel om den vijand die tot de liniën genaderd is, daar
. j ’ l
n
. ‘ J