HomeIn eene nieuwe Schutterijwet moeten wij de voornaamste kracht zoeken voor onze verdedigingPagina 17

JPEG (Deze pagina), 840.81 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 25.33 MB

é
15 _
j 45000 soldaten, die echter, het verloop in aanmerking nemende, na
j vijf jaar slechts 40000 man opleveren.
Q De schutter zal van het 30ste tot het 35ste jaar tot de reserve be-
. hooren; gedurende deze vijf jaar zal hij, in tijd van vrede, geen dienst doen.
j De reserve zal bestaan. uit 40000 man die echter na verloop van
j vijf jaar, slechts bestaan zal uit 35000 man, zoodat wij aan militie,
schutterij en reserve te zamen over ongeveer 120000 geoefende en ge-
l disciplineerde soldaten kunnen beschikken, juist het getal dat door ons
j gewenscht wordt.
eg Wij hebben hier de vrijwilligers, wier aantal met inbegrip van het
kader, tegenwoordig tusschen de 7 en 8000 bedraagt, niet medege-
rekend omdat er steeds veel menschen door ziekte en om andere rede-
D nen zullen achter blijven, zoodat men een vrij aanzienlijk getal man-
j schappen minder tegen over den vijand zal brengen, dan men op het
1 papier bezit. ­-
ä
’, De oefeningen in de plaatsen waar dienstdoende schutterij is, wen-
schen wij te bepalen tot eenige dagen (b. v. veertien), in het éérste ·
Vl jaar van haar schutterlijken dienst. Deze oefening is noodig opdat
j ` officieren en manschappen elkander leeren kennen en begrijpen.
Volgens de Grondwet moet de schutterij in tijd van vrede voor oefe-
ning in de gemeente blijven; was dat het geval niet, dan zouden wij
ii wenschen dat de schutterij waaronder ook de rustende, in het eerste ,
j jaar geoefend werd op de forten. -
{ Opdat de schutterij nu toch bruikbaar zal zijn voor haren werkkring
in oorlogstijd, achten wij het noodig dat de miliciens in hun laatste
j dienstjaar, dus voor dat zij bij de schutterij overgaan, in onze liniën
geoefend worden in den aanval en de verdediging van vestingen en
forten en wel zooveel mogelijk in dat gedeelte der linie, dat hen in
oorlogstijd ter verdediging zal worden toevertrouwd. Dit laatste met
het doel dat onze troepen het terrein beter zullen kennen dan de vijand.
Aan hen die de vraag stellen of onze miliciens, na gedurende één
ll? jaar onder de wapenen te zijn geweest, daarna enkele herhalings­
l [Z oefeningen van 3-6 weken te hebben bijgewoond en dan uit den
j dienst ontslagen worden, wel voldoende geoefend zijn om na verloop
j van vijf jaar nog tot de geoefenden te kunnen behooren, antwoorden